“Vandaag gaat Jan* sterven.”
Het nieuws struikelt de tafel over,
over-valt mij, een sinistere
dan de meer gerodeerde formule:
“Wist je, Jan is gestorven. Gisteren.”
Ben ik te weinig gewend aan de kalender waarop
een afspraak met de dood geschreven staat, samen
met de dokter en de pastoor?
In welke kleur noteer je die daarop? En gebruik je daar dan
hoofdletters bij, of zet je daar een uitroepteken voor?
Ben ik nog te weinig gewend dat wij,
ons op de dood mogen beroepen en
als het óns uitkomt – en niet hem -,
wij de dood ter dienste mogen roepen?
Net zoals Jan dat vandaag doet.
Ik wou er iets over schrijven, maar
op de ovenklok is het net 16u00 geweest.
Bon voyage, Jan.
Het ga je goed.
woensdag 4 maart 2026
Reis
donderdag 23 mei 2024
Chimaera
Als de verboden zucht,
gun ik me jouw naam, in mijn ademloze ascese,
en zo ben jij er, zoals ik ook een arm heb, om te blijven.
Ik probeer je leugens nog steeds, tevergeefs, te herschrijven en
blijf je bedrog herlezen en herlezen en herlezen.
Blind tastend, als
in mist, naar richting van dit onzichtbaar spoor.
Er is geen stilstaan in het leven, er zijn geen haltes voor deze trein:
wat was is al verdwenen en niemand weet wat nog zal zijn.
Ik zie alleen gebroken harten, maar misschien dienen die wel daarvoor.
Jij hoort bij
mij, zoals krakend onweer bij de lente,
zoals het litteken bij de wonde, zoals berouw pas na de zonde.
Als verlies bij liefde, in geliefden verloren en nooit meer hervonden,
evident als romantiek van lang vergeten filmfragmenten.
Of je ze nu huilt doorheen donkere dagen of onder de helwitte
maan:
in wiens huid kan jij je koortsdromen nog krassen?
Wie een nieuwe ochtend wil, moet eerst zichzelf verrassen;
omheen jouw naakte rug, in een ander bed, kan ik mijn armen niet slaan.
en zo ben jij er, zoals ik ook een arm heb, om te blijven.
Ik probeer je leugens nog steeds, tevergeefs, te herschrijven.
Blijf je bedrog herlezen en herlezen en herlezen.
zaterdag 6 januari 2024
Echo
Treed binnen en vind mij, gelouterd,
onder het geweld van deze gewelven. Kijk
hoe het kathedraallicht verdwaalt in schemering
van verlaten altaren en naar aarde gedwongen lijkt,
om daar te boeten,
vervlochten met de stilte van geprevelde gebeden,
zoals woorden elkaar ook zacht opzoeken als
ze
samen een gedicht torsen moeten.
Wat zijn wij, dan een gedeeld ogenblik in deze schemer van
tijd,
in de arduinen mensenzee waarin wij staan?
Wat zijn wij, dan het kortstondig samenvloeien van stromen
die heel even, als bij toeval, schuivend dezelfde kant opgaan?
Ik ben gewichtsloos.
Geen vertrek, geen afscheid zal mij hier nog kwetsen.
Geen angst dat ik in
schaduw van eenzaamheid verdwijn.
Ik ben in dit leven, van liefde zo geschrokken
dat ik voor hartzeer
nooit bang meer hoef te zijn.
Een echo ebt uit de doopvont.
Stille stappen vanwaar
jouw laatste stap
nog
stond.
vrijdag 8 december 2023
Daarom ben ik hier
2
Soms lijken zij de lijken,
de bezoekers in hun zwarte dagen
sluipend door de koude;
er ligt een voet sneeuw over de graven.
Ik adem in mijn eigen wolken,
schuw me voor hun samen scharen.
Ik ben jou. Daarom ben ik hier.
Kraaien krassen sierlijke letters
dansend
doorheen de mist van wie wij vroeger waren.
(Marathonatelier - Cyclus)
woensdag 22 november 2023
Sterfbed
Ik heb het gezien:
een hart op zijn sterfbed gelegd, dat
tegen zichzelf vecht, dat
tegen beter weten,
in tranen berouwt over
wat het heeft gezegd, hoe het
belofte na belofte heeft gebroken,
te veel onwaarheden heeft gesproken,
in een aards lichaam dat nooit meer genas,
dat me prevelend smeekte te geloven
dat de liefde die het gaf waarlijk en
onoverkomelijk was.