Ik heb de bovenzijde nooit gezien,
zei de zorgeloze man
- de wereld aan zijn vingertoppen -
tegen de meeuw die naast hem zat.
Hier onder deze brug in zomerschaduw,
vind je alles wat je hebben moet, hier
tussen het piratenschip en het grote reuzenrad.
Er zitten oude mannen bij oude tafels,
ze staren oude gedachten over de rivier,
en als zonlicht op het water dwarrelen
kleine meisjes door kleine berenboeken hier.
Hij merkte niet eens hoe ik verdween,
tussen zijn helden en theaterstukken,
met mijn hart en handen vol,
van alle tijd die ik hier kon plukken.
Misschien is dit geluk.
Misschien.
Dit alles
en zij,
die dit alles heeft gezien.