zaterdag 25 juli 2026

Pentimenti

Ik heb niets meer te vertellen.

Ik overschilder de deur tussen dag en duisternis
waarachter enorme

woordengolven stormen.

Zo zandloper ik mezelf
naar die stilte die stilte mijdt;
wijs in het niets meer willen weten,
omdat elk denken tot meer denken leidt.

Geluk is te leven in die rust,
in diezelfde onderhuidse woorden

waarmee jij tot mij spreekt
over grote kleine dingen,
zoals zien hoe maanlicht de parel op mijn nachttafel ontsteekt.

Zoals kijken naar de gratie,
en niet het gemis,
van een hand die een lichaam ontbreekt.



 

maandag 18 mei 2026

Toevlucht

Zo kom ik naar jou:

boven op de rots waar ik mijn toevlucht vind,
en onder mijn open schild
aan wolken vraag
waar de biddende torenvalk jaagt vandaag,
op al die minnende mensen,
gehuld in duiventooi.

Zie ze daar schrijden, mooi,
in heilige schijn,
langsheen de wijkende zijde
van het zingen van beelden,
verstoken van weelde
om hun uit steen gehouwen verdriet.

Maar wij,
wij wijken niet.
Niet nu de avond begint.

Zo kom ik naar jou
boven op de rots waar ik mijn toevlucht vind.


woensdag 13 mei 2026

De Wandelaar

De wandelaar
struint 
naar het hoofdeind van zijn schaduw
in een duinenzon die dwaalt doorheen de valleien van de stad
of doorheen straten tussen bergen,
- maakt niet zo heel veel uit -
hij struint maar wat, want
zodra hij zijn ogen sluitvoelt hij ‘t groeiend gras onder zijn ontblote voeten
als de bloesems aan de takken van dromen die hij had

De wandelaar
struint
De lucht is stug 
maar zijn stok duwt de wereld, als een vaarboom, 
hij kromt zijn rug als de brug der zuchten:
hij kwam vanuit het niets opgedoken
en draait de aarde die onder zijn voeten slijt,
nu ook nergens naar terug.

De wandelaar
struint
het haasten ontgroeid, hij laat voortaan de tijd ongemoeid
als de herfst die loslaat wat ooit moest. Hij ademt
vanuit een windstil gemoed dat nooit nog stormt:
hij weet dat er geen ene richting is en dat
het pad zich pas in onze sporen vormt.
Hij staat als op een bergtop,
kijkt naar beneden, naar het leven gesneden in het dal
er is nu enkel nog horizon:
oeverloos leven komt na de waterval.