zaterdag 29 augustus 2026

Dit Alles en Zij

Ik heb de bovenzijde nooit gezien,
zei de zorgeloze man 
- de wereld aan zijn vingertoppen -
tegen de meeuw die naast hem zat.
Hier onder deze brug in zomerschaduw,
vind je alles wat je hebben moet, hier
tussen het piratenschip en het grote reuzenrad.

Er zitten oude mannen bij oude tafels,
ze staren oude gedachten over de rivier,
en als zonlicht op het water dwarrelen
kleine meisjes door kleine berenboeken hier.

Hij merkte niet eens hoe ik verdween,
tussen zijn helden en theaterstukken,   
met mijn hart en handen vol,
van alle tijd die ik hier kon plukken.
Misschien is dit geluk.

Misschien.
Dit alles
en zij,
die dit alles heeft gezien.

 

zaterdag 25 juli 2026

Pentimenti

Ik heb niets meer te vertellen.

Ik overschilder de deur tussen dag en duisternis
waarachter enorme

woordengolven stormen.

Zo zandloper ik mezelf
naar die stilte die stilte mijdt;
wijs in het niets meer willen weten,
omdat elk denken tot meer denken leidt.

Geluk is te leven in die rust,
in diezelfde onderhuidse woorden

waarmee jij tot mij spreekt
over grote kleine dingen,
zoals zien hoe maanlicht de parel op mijn nachttafel ontsteekt.

Zoals kijken naar de gratie,
en niet het gemis,
van een hand die een lichaam ontbreekt.



 

maandag 18 mei 2026

Toevlucht

Zo kom ik naar jou:

boven op de rots waar ik mijn toevlucht vind,
en onder mijn open schild
aan wolken vraag
waar de biddende torenvalk jaagt vandaag,
op al die minnende mensen,
gehuld in duiventooi.

Zie ze daar schrijden, mooi,
in heilige schijn,
langsheen de wijkende zijde
van het zingen van beelden,
verstoken van weelde
om hun uit steen gehouwen verdriet.

Maar wij,
wij wijken niet.
Niet nu de avond begint.

Zo kom ik naar jou
boven op de rots waar ik mijn toevlucht vind.