Zo kom ik naar jou:
boven op de rots waar ik mijn toevlucht vind,
en onder mijn open schild
aan wolken vraag
waar de biddende torenvalk jaagt vandaag,
op al die minnende mensen,
gehuld in duiventooi.
Zie ze daar schrijden, mooi,
in heilige schijn,
langsheen de wijkende zijde
van het zingen van beelden,
verstoken van weelde
om hun uit steen gehouwen verdriet.
Maar wij,
wij wijken niet.
Niet nu de avond begint.
Zo kom ik naar jou
boven op de rots waar ik mijn toevlucht vind.
For Fox' Sake
Mijn alledaagse verwonderingen, verbijsteringen en verwensingen.
maandag 18 mei 2026
Toevlucht
woensdag 13 mei 2026
De Wandelaar
De wandelaar
struint
naar het hoofdeind van zijn schaduw
in een duinenzon die dwaalt doorheen de valleien van de stad
of doorheen straten tussen bergen,
- maakt niet zo heel veel uit -
hij struint maar wat, want
zodra hij zijn ogen sluit, voelt hij ‘t groeiend gras onder zijn ontblote voeten
als de bloesems aan de takken van dromen die hij had
De wandelaar
struint
De lucht is stug
maar zijn stok duwt de wereld, als een vaarboom,
hij kromt zijn rug als de brug der zuchten:
hij kwam vanuit het niets opgedoken
en draait de aarde die onder zijn voeten slijt,
nu ook nergens naar terug.
De wandelaar
struint
het haasten ontgroeid, hij laat voortaan de tijd ongemoeid
als de herfst die loslaat wat ooit moest. Hij ademt
vanuit een windstil gemoed dat nooit nog stormt:
hij weet dat er geen ene richting is en dat
het pad zich pas in onze sporen vormt.
Hij
staat als op een bergtop,
kijkt naar beneden, naar het leven gesneden in het dal
er is nu enkel nog horizon:
oeverloos leven komt na de waterval.
vrijdag 1 mei 2026
Wildernis
Ik hoor je stem in echo’s,
gebarsten maar verbeten,
vanuit de verte,
vanuit een leegte
als van schepen die de zee verlaten weten.
In echo’s,
in flessenpost in de onzekerheid van oevers
van het middernachtmeer; daar
in penseelvegen, als olie op water,
drijft de maan de zwaan achterna
en even onbewogen,
kring jij bij mij vandaan.
In echo’s;
Mag ik je vertalen
in mijn wildernis van woorden, want
dit laat zich niet herhalen. (x3)
zondag 12 april 2026
Woorden
Ze schrijft alsof
ze keien neerlegt,
voorzichtig,
om het stromen niet te storen
en eenmaal de kei gevlijd,
luistert ze naar het licht op het oppervlak
dat door haar
ingreep werd geboren.
Ik lees haar als een schilderij
dat traant onder haar vingertoppen,
in parels als van primitieven, als van een wereld geschapen
uit kleine druppels klei.
Jij kent alle woorden, zegt ze,
terwijl ze bloesems op mijn lippen legt,
fluister ze voor mij.