“Vandaag gaat Jan* sterven.”
Het nieuws struikelt de tafel over,
over-valt mij, een sinistere
dan de meer gerodeerde formule:
“Wist je, Jan is gestorven. Gisteren.”
Ben ik te weinig gewend aan de kalender waarop
een afspraak met de dood geschreven staat, samen
met de dokter en de pastoor?
In welke kleur noteer je die daarop? En gebruik je daar dan
hoofdletters bij, of zet je daar een uitroepteken voor?
Ben ik nog te weinig gewend dat wij,
ons op de dood mogen beroepen en
als het óns uitkomt – en niet hem -,
wij de dood ter dienste mogen roepen?
Net zoals Jan dat vandaag doet.
Ik wou er iets over schrijven, maar
op de ovenklok is het net 16u00 geweest.
Bon voyage, Jan.
Het ga je goed.
For Fox' Sake
Mijn alledaagse verwonderingen, verbijsteringen en verwensingen.
woensdag 4 maart 2026
Reis
dinsdag 24 februari 2026
Parel
Ik ben gewond,
maar ik adem mijn
mineraal verhaald
verleden geduldig,
als een golfslag
die maanlicht neerlegt
op zacht
verzakkend zilveren zand,
waar
voetafdrukken evenwicht vonden
in aangespoelde
woorden die, net als ik,
uit melkwit
marmer bestonden:
“Ik adem, want ik
werd gevonden.”
Onbreekbaar
erbarmen.
Dans met mij,
parelmaker.
Veranker mij in
je armen.
maandag 26 januari 2026
Ithaka
Als ik het niet met woorden doe,
hoe omhels ik haar dan voor altijd?
Hoe stuur ik de wind in mijn zeil,
als ik het niet met woorden doe?
Kijk, de vrouw, daar
zit zij,
bovenaan mijn boek, als op een klip.
Een kleine kijk in haar koninkrijk,
telkens ik een bladzij keer
en daarom lees ik er nu meer,
hier bij haar gezeten.
De golf zal het getij waarin hij strandde nooit vergeten
Als ik het niet met woorden doe, dan
draag ik haar naam in mijn handen.
Zij heeft in mijn omzwerven steeds
Penelope geheten.
maandag 19 januari 2026
Content
Dit:
sneeuw dwarrelt nooit van je weg
sneeuw dwarrelt altijd op je toe
ik wandel niet
ik vlok
de straat lijkt op een straat uit een boek
wanneer een bromfietser de hoek om tsjokt,
zich daar zadelt, bovenop dit gedicht,
doorheen mijn ademwolkenwoorden snort,
zijn helm net te klein voor zijn gezicht.
Een moment is hij bevroren in mijn tijd,
onzichtbaar als een duin in winter.
Een moment is hij gewichtloos
als een kind dat geen zwaartekracht erkent;
vlokken en vloeken smelten niet samen.
Hij vervlecht zijn stuur en roodbevroren vuisten;
recht zijn rijwiel.
Voor een moment
content.
donderdag 1 januari 2026
Herbestemde Muren ; een nieuwjaarsbrief.
“Ontsteek het vuur. Zing het lied.”, zo eindigde ik een jaar geleden mijn nieuwjaarsbrief. Met een welgemeende aansporing om 2025 opnieuw van binnenuit te beleven. Ik nam me voor om het jaar van Prometheus te animeren. Een jaar van vuur, verbondenheid, creativiteit en essentie. Vandaag is het tijd om even een tussentijdse evaluatie te maken en ik kan u alvast vertellen dat ik deze keer geen boutade, slogan of envoi heb klaarzitten.
Het is nog 10 dagen voor oudjaar, wanneer mijn lief me vorige week de vraag casual in de schoot werpt: “Wat wens jij jezelf voor volgend jaar?”. Ik moet haar het antwoord schuldig blijven. Geen idee. Niet door gebrek aan vooruitzicht, maar vanuit een absolute luxe dat de modaliteiten van mijn leven van het afgelopen jaar al een uitgekomen wens lijken. Een jaar waarop ik met ontzettend veel dankbaarheid kan terug kijken. Prometheus lijkt zijn werk te hebben gedaan. Ik draag hem sinds deze zomer voor altijd op mijn linkeronderarm. Misschien daarom …
De vlam die hij nu voor altijd in zijn rechterhand voor mij uitdraagt is een fijne keep-sake aan het afgelopen jaar. Licht en warmte. Ze hebben me te vaak ontbroken het voorgaande decennium om ze te kunnen delen. Aangestuurd door een grote honger naar wat ik dacht dat het leven mij verschuldigd was, of welk potentieel het leven voor mij achter hield, raakte ik meer dan eens verdwaald in de vele veelheden die er rondom ons bestaan. Ik wist zelf niet eens waarnaar ik op zoek was, maar er zat een onrust die de motor van die honger draaiend hield.
Vandaag is die onrust er niet meer. Wijsheid komt met de jaren. Mijn kinderen worden ouder en mijn ouders worden oud, en ik zie nu veel duidelijker wat het potentieel van het leven is dat ik wil uitdragen. De oppervlakkige veelheid van het leven ruil ik vandaag graag in voor een terugkeer naar de kern. Ik ben er bijna 50. Het is tijd. En dat deed ik het afgelopen jaar heel bewust: ik verkleinde moedwillig mijn cirkel om de essentie opnieuw te vinden. Ik zocht en vond haar dit jaar in de omhelzing van mijn lief en mijn kinderen, in het delen van al mijn liefdes en passies met hen, in de rust van het afzweren van die dwingende sociale “fear of missing out”, in het loslaten van de ridicule prestatiedruk die op ons gelegd wordt op ons werk door opnieuw minder uren op te nemen, in het negeren van alle dramatiek waar ik te oud voor ben geworden, in het lezen en voorlezen van boeken en het bezoeken van expo’s en musea, in het luisteren naar mensen die het beter weten in de fenomenale gesprekken van “Zwijgen is geen optie” die ik iedereen wil aanbevelen te ontdekken, in de wonderbaarlijk mooie zomerroadtrips, zowel met familie als met vrienden, op zoek naar waardevolle lessen uit heden en verleden.
Ik zocht en vond dit jaar rust, wijsheden en waarheden in de connectie met mijn dochters; enthousiast kijkend vanop de zijlijn van het sportveld, de dansvloer of bij het podium waarop zij hun talenten ontdekken en ontwikkelen, ik zocht en vond ze in Reinaard van Lanoye en op de krakende vinylplaten van Bon Iver. Ik vond ze in het delen van mijn poëzie met steeds meer mensen in de warme thuis die mijn WoordenZoofamilie me biedt, in Vertel nog eens over de wolven van Ingmar Heytze en in mijn tranen bij Brel van Anne Teresa de Keersmaeker, in de ganzenveren van Goethe die ik in Weimar zag en in het delen van zo veel muziek met zo veel mensen op dansavonden en -feestjes op zomeravonden in mijn thuisstad, in Alkibiades van Pfeijfer, in Khoros van Berlinde de Bruykere en Nachtreis van Hans Op de Beeck, in Gstaad van Grunberg en in het Bob Dylan-concert van Cat Power in het Cirque Royal.
Ik merk nog beter dat waardevol leven zich dicht bij huis afspeelt,
waar ik mijn dochters kan leren dat er een veilige wereld bestaat waarin ze veilig
kunnen leren grenzen verleggen en waar ik mezelf ondertussen ook mag
onderdompelen in hun blije wereld, waar ik zelf blijvend kan leren en genieten van
hun plezier, van het spelende kind dat volop de wereld ontdekt en van hun zo
kostbare naïviteit, een thuis waar ik het privilege geniet om getuige te mogen
zijn van het creatieve proces van mijn lief, de kunstenaar en waar ik me mag
omringen met mooie mensen op diners met nieuwe en oude vrienden, momenten van
plezier met mijn echte broers en mijn Tienen-broers.
Je moet ook niet ver reizen om unieke plekken te vinden om unieke lessen van
het leven te voelen. Ik voelde ze dit jaar in de Bruder-Klaus-Fieldkapelle in
Mechernich, in de zonsondergang op het keienstrand van Ault, in rechtzaal 600
van het Paleis van Justitie in Neurenberg en in de historische kleiputten bij
La Borne, in de sereniteit van de Wartburg, in mijn eerste bezoek aan de Nôtre-Dame
van Parijs, in de picknick op de regenachtige velden van Azincourt en in de
verschroeiende stilte in Buchenwald. Ze waren voelbaar diep onder de grond in
de Carrière van Wellington in Atrecht en in de wondermooie eenvoud van La
Piscine in Roubaix.
Ik hoop dat ik de sleutel heb gevonden. Dat ik voor dit
jaar gewoon mag wensen: “Opnieuw een jaar met zoveel schoonheid in mensen,
momenten en plaatsen. Opnieuw een jaar in zachtheid.” Zachtheid is liefde. Dat
lijkt de sleutel te zijn geweest dit jaar. Een sleutel die in tegenstelling tot
vroeger geen symbool meer is voor wat op slot kan, maar voor het leven dat ik eindelijk
kon openmaken.
Het zal geen toeval heten dat toen ik in het najaar van 2025 uitgenodigd werd
om een muurschildering te schrijven naar aanleiding van Galerie Stockmans in
Tienen, dat ik koos voor enkele verzen uit het gedicht Drasland ’25 dat
ik schreef in aanloop naar dat project: “Wij zullen zeldzaam zijn als een huis
dat rijmt, waar wij onze dromen delen, waar wij toekomst op nieuw weefsel
borduren, als hiërogliefen op daarvoor herbestemde muren.” Het einde van dat gedicht
staat niet op de muur geschilderd, maar misschien schilder ik de eindverzen
hier graag om mijn brief voor jullie af te sluiten:
“Stop gerust met zoeken wanneer het er niet meer toe doet. Niet omdat je alles
al hebt gevonden, maar omdat je niets nog vinden moet.”

