zondag 12 april 2026

Woorden

Ze schrijft alsof ze keien neerlegt,
voorzichtig, 
om het stromen niet te storen
en eenmaal de kei gevlijd,
luistert ze naar het licht op het oppervlak

dat door haar ingreep werd geboren.

Ze dicht als een bron die ik omarmen kan.
Ik lees haar als een schilderij
dat traant onder haar vingertoppen,
in parels als van primitieven, als van een wereld geschapen
uit kleine druppels klei.

Jij kent alle woorden, zegt ze,
terwijl ze bloesems op mijn lippen legt,
fluister ze voor mij.