vrijdag 10 maart 2023

Fluweel

Een ganzenveer krast kort op teer gelooide huid,
opnieuw als in het gloeiende zand dat haar verbrandt,
op breekbaar perkament, als op de rug van de hand
die haar vingers voorzichtig om haar bloeden sluit.

Glas-in-lood scharlaken rood weeft het zonlicht zich bedreven
doorheen de stilte van het atelier waarin jij wordt bezongen.
Vergeten verzen die het fluweel van eeuwen binnendrongen,
komen in de sluimer van jouw afbeelding eindelijk weer tot leven.

Jij hebt geen geur dan die van gebarsten galbessen
wier tranen drogen in deze langzaam gevormde woorden,
gestold in lucht van zacht zuchtende cypressen,

eens verweesd in tijd, nu thuis waar zij behoorden.
Vandaag leef jij in al mijn zinnen, in mijn nachtelijke woelen;
wat eens aan liefde leven gaf, kan je nimmermeer ontvoelen.

woensdag 8 maart 2023

Constellatie

In de lege kerk lijkt de kansel minder steil;
mijn klim is kort, ik ontaard
in haviksklauwen hemelvaart om
midden van maan en sterren te staan,
met nachtpenseel op het gewelf gestreeld,
mijn tijdloze geschenk:
dat verstoten nieuwe sterrenbeeld, in wiens
licht ik gedenk te zwerven.
Liever op wolken een leven dromen,
dan op aarde een leven sterven.

donderdag 2 maart 2023

Nevels

Verdwaal jij nog in het nevelige woud van het verleden,
waar wind nu giert langs dode kale takken,
waar eeuwige winters de leugen van lente te pakken
kregen, de daar dolende vos de das om deden?

Verdwaal jij soms in nevels van dat woud
waarin jij je boomhutdroom nog had gebouwd?
Het verlangen te mogen bergen, zo vertrouwd,
ging van oeverloos, naar oeverloos koud,

in arglist, door ranken van gifsumak versmacht.
Slapen onder zonlichtkruinen verworden tot rust- en maanloze nacht.
De plaats die er zichzelf verloor. De tijd die er op zichzelf nog wacht.

Hoor jij, als jij je spiegelbeeld aanschouwt,
je armen in je lege armen houdt,
het huilen van dat verborgen, verlaten woud?


donderdag 9 februari 2023

Bitterzoet

Genesteld, ik nog, onder het donzen deken.
De geur, vanachter de keukendeur,
van vers gemalen goed humeur,
van hotelkamers in vakantieweken.

Van mooie ebbenhouten mensenkleur.
Van feestnachten die oneindig leken,
als ochtenden geurig het raam doorbreken.
Van hop-hop-de-berg-op tegen de dagelijkse sleur.

Ik bestudeer mijn ochtendvingertoppen omdat
ik er vaak de krant bij las,
toen jij nog dromend bij me zat.

Bij de tweede slok bedenk ik pas,
hoe snel ik toch vergat,
hoe zoet ons bitterzwart ontwaken was.


(Associatief schrijven bij de geur van koffie - Schrijversatelier 09/02/2023)

donderdag 2 februari 2023

Wals

Je slaat een brug met
woorden waarin je leeft.
Voorzichtig, over het verraderlijke drasland
dat ons verleden nu omgeeft.

We schrijden, schakel aan schakel,
jouw arm delicaat doorheen de mijne.
Breekbaar maar onoverkomelijk.
Verademen, verzuchten en weer verdwijnen.

We walsen, jij een pas dan
ik pas. Jij leidt de weg
terwijl de nacht vertraagt.

Je stem, als een baken, die
in stilte van winterwind mij
een sonnet van Neruda voordraagt.



(Schrijfatelier 02/02/2023 - Stijloefening; sonnet naar Neruda)

dinsdag 31 januari 2023

Neruda

Ik omarm jouw helft van dit lege bed, de plek waar
jouw zachtzoete huid mijn lakens voedde.
Wij leerden er honger stillen in luide leeuwinnen van je haren,
onder volle manen van onoverkomelijk gestolen zomers.

Je vingers, rank, als mijn herinnering aan hoe ze wandelden
over mijn woorden, gefluisterd in de getooide schelpen
van je oren. Sieraden, als artefacten verspreid over dagen,
waarin jouw verdwijnen, blijvend zou worden opgegraven.

Ogen, spiegeloceanen voor het welven van wolken,
gesloten bij het schommelen van je open schoot. Starend
uit het raam waar jij, kwetsbaar naakt omkaderd, op mij wachtte.

Wij hongeren naar die honger. Wij missen dat gemis.
Nu schilder ik je in visioenen van nacht in de reflectie
van deze kamer, in het hart van Greenwich Village.

 

 (Naar Sonnet XI van Pablo Neruda)