Posts tonen met het label thuis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label thuis. Alle posts tonen

dinsdag 22 oktober 2024

Cursief

Mee met de wind, mijn lief.
Het is herfst en het is dinsdag en
de zon staat cursief op mijn scherm
waarop zij zich met woorden
over mij nu ontfermt.

Ze geeft me vleugels op vleugels op vleugels,
schaatsend in licht als in een Breughels
landschap. Het hart fladdert en ik flaneer
doorheen de vele velden vliegend langs het raam
naast mijn reizend lichaam,
dankbaar op de bank daar
naar de rugzij van mijn trein. 

Gauw
zal ik weer
bij haar
zijn.

woensdag 28 augustus 2024

Huisgeluid

Er duiken nieuwe geluiden door mijn huis.

De voordeur herademt en omarmt
een nieuwe sleutel naar de kluis.
In de zetel snerpt zwenkend papier
van gedrukte mensen die ik niet ken.
Mijn voet pikt in op percussie
van potten en pannen op het fornuis, terwijl
ik niet eens in de keuken ben.

En het is niet op mijn verzoek, maar mijn piano
leert Grant Lee Buffalo spelen en
tot in de slaapkamer klinkt het delen, in zoemen
van koffie en ploeteren van thee.
Het regent melodietjes in de hoek van de badkamer,
en in de wasmachine dansen kleren, die niet de mijne zijn,
dartel rondjes mee.

Luister, er klinkt verse vrolijkheid van bij
de oude tafel op het terras,
waarop flessen gevuld met kaarslicht waken.
De trap wentelt mij gierend als een schommelschip.
Er galmen warme woorden over de daken,
dezelfde stem die slaapzacht fluistert
als ik het nachtlicht
zachtjes
uit
knip.

 

donderdag 1 februari 2024

Onderdak

We zaten onder dak maar
het voelde niet als zolder,
langs de hoge vensters werd
de maan langzaamaan
steeds voller
terwijl wij liedjes luisterden
beurt om beurt,
ik koos een voor jou, jij dan
een voor mij, in het schijnsel van het scherm gekleurd,
en we zongen,
zachtjes,
omdat er ook stilte was die niet mocht breken,
omdat we samen een stoel deelden,
even Siamese tweeling leken,
verweven op elkaars schoot,
in elkaars gespiegelde gebaren,
zoekend
om gevonden te worden
en toch al lang verloren waren.

zaterdag 20 januari 2024

Pantheon

In verlangen, schrijft hij, daar wil ik verblijven.
De einders van de kamer schommelen, als een verborgen horizon
voor grenzeloze nachten van gedachten in getijdenboeken schrijven.
Bij ochtend geborgen in alkoofgordijnen, bij avond weer zijn pantheon.

Zij is gemaakt van zuiden en van zijde. Ze warmt op hem toe.
Gul gooit zij haar ramen open, ze waait zo blond en bitterzoet.
In haar zog verrijzen wereldsteden. Zij is zuinig leven moe.
Dient men honger niet te voeden, zoals men dorst ook laven moet?

Hij zoent de zomer van haar lippen, waar hun minnen zich ontluikt.
Gedragen door zijn schoot zal zij in wolken tronen
tot zijn huid als haar huid ruikt,

ze zich voor altijd kwetsbaar kunnen tonen.
Zoals zij in zijn armen als onder een deken duikt,
van zijn hart haar huis maakt en zegt: “Hier. Hier wil ik wonen.”