Posts tonen met het label week van de poëzie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label week van de poëzie. Alle posts tonen

zaterdag 8 februari 2025

Fuik

Ik heb oren zoals jij een stem hebt:
voor elkaar.
Zo zijn wij gekluisterd.

Jij fluistert, ik luister;
zo vind jij toegang daar,
langsheen benige schalen,
balorige schelpen,
waarin ’t ruisen van zeeën oneindig herhaalt,
waarin elk verhaal ooit beginnen kon,
waarin ook elke liefde en elke leugen begon.

Jij fluistert, ik luister;
je stem zit in mijn handen die,
als een fuik,
jouw woorden naar mijn netten leiden, als vissen,
want ik wil me niet vergissen:
Pas als ik je nooit meer horen kan,
zal ik je kunnen missen.

zaterdag 20 januari 2024

Pantheon

In verlangen, schrijft hij, daar wil ik verblijven.
De einders van de kamer schommelen, als een verborgen horizon
voor grenzeloze nachten van gedachten in getijdenboeken schrijven.
Bij ochtend geborgen in alkoofgordijnen, bij avond weer zijn pantheon.

Zij is gemaakt van zuiden en van zijde. Ze warmt op hem toe.
Gul gooit zij haar ramen open, ze waait zo blond en bitterzoet.
In haar zog verrijzen wereldsteden. Zij is zuinig leven moe.
Dient men honger niet te voeden, zoals men dorst ook laven moet?

Hij zoent de zomer van haar lippen, waar hun minnen zich ontluikt.
Gedragen door zijn schoot zal zij in wolken tronen
tot zijn huid als haar huid ruikt,

ze zich voor altijd kwetsbaar kunnen tonen.
Zoals zij in zijn armen als onder een deken duikt,
van zijn hart haar huis maakt en zegt: “Hier. Hier wil ik wonen.”