Ik heb niets meer
te vertellen.
Ik overschilder de deur tussen dag en duisternis
waarachter enorme
woordengolven stormen.
Zo zandloper ik mezelf
naar die stilte die stilte mijdt;
wijs in het niets meer willen weten,
omdat elk denken tot meer denken leidt.
Geluk is te leven in die rust,
in diezelfde onderhuidse woorden
waarmee jij tot
mij spreekt
over grote kleine dingen,
zoals zien hoe maanlicht de parel op mijn nachttafel ontsteekt.
en niet het gemis,
van een hand die een lichaam ontbreekt.