maandag 4 maart 2024

Bliksem

Zoals voorspeld stormweer waarin
kleine stukjes hemels plensen en mensen
dansen met speelse regenschermen,
en wij die daarnaar kijken en zonder woorden in gesprek
proberen, zomaar op een bliksemdonderdag
het springtij in te dijken.

Zoals dat slokje wijn dat verdwijnt
in de dromen in je ogen, 
in de charme van een oudlederen canapé.
Daar zetelen wij,
geborgen in één zonnestraal,
die onhandig binnen struikelde, dwars doorheen het glas
van het oude theatercafé.

dinsdag 27 februari 2024

Roxanne

Ze verzamelt, van betaalde liefde, geschenken
waarmee ze zorgvuldig een plekje bouwt
met net voldoende adem voor nog net een extra dag, ze weet:
dit slagmetaal is lang geen goud.

Tijd verglijdt.

Haar dove oren horen geen warme woorden.
Zij kan enkel nog dromen met de ogen gesloten.
Zij kan enkel nog minnen met een lach die breekt.
Zij herkent het spiegelgezicht in het raam niet meer,
als ze haar vergulde neonlicht ontsteekt.

 

woensdag 21 februari 2024

Spiegel

Aan de onderzijde van vijverwater,
door golven vervormd,
ligt getemperd vertrouwen.
Niemand die zichzelf niet ziet.
Dit is waar eenzamen verdrinken,
diep in duister.
Het glas onder hun handen is koud.

Wees jij dan mijn warmte, droomt ze en
zij ontnevelen.
Hij doorziet haar
in de badkamerspiegel
terwijl zijn lichaam zich aan het hare
vast
houdt.

zaterdag 10 februari 2024

Verlangen

Ik herinner mij momenten die
wij nooit hebben gehad:

hoe wij elkaar
lazen in het vallen
van avonden
dakterrassen hoog boven onze wereldstad,

in elkaars omhelzen gevangen:
je rug genesteld tegen mijn hart.
“Ik wil je nu niet aankijken,”
verdween je in mijn armen,
“ik geniet zo veel van het verlangen.”

 

donderdag 8 februari 2024

Fiets

Dat het zomer was en wij
nog fietsten, mijn hand lag onderaan je rug
de straat liep omhoog
dus duwde ik,
zachtjes,
ik wou ook niet te vlug
thuis zijn
en dat jij dan verder,
en ik jou
uitwuiven moeten zou.

donderdag 1 februari 2024

Onderdak

We zaten onder dak maar
het voelde niet als zolder,
langs de hoge vensters werd
de maan langzaamaan
steeds voller
terwijl wij liedjes luisterden
beurt om beurt,
ik koos een voor jou, jij dan
een voor mij, in het schijnsel van het scherm gekleurd,
en we zongen,
zachtjes,
omdat er ook stilte was die niet mocht breken,
omdat we samen een stoel deelden,
even Siamese tweeling leken,
verweven op elkaars schoot,
in elkaars gespiegelde gebaren,
zoekend
om gevonden te worden
en toch al lang verloren waren.