woensdag 23 maart 2022

Lucht

Stroperige stilte kleeft in mijn kleren.

Ze drupt uit de leegte van de kamer.

’t Is zuurstof zwoegen,

adem halen,

in de pauzes van verhalen,

in de winters van mijn falen,

in de lucht die vluchtte van ’t verdwalen.

Adem.

De huizenhoge muren die wij bouwen,

tussen liefde en vertrouwen,

tussen held en minotaurus,

tussen mijn warmte en jouw koude

adem.

Verwolk de lucht.

Jouw zuurstof in mijn zucht.

Mijn vleugels maar jouw vlucht.

Ons geradbraakte gerucht.

Adem.

 

 

(Schrijfatelier 23/03/2022)

 

zondag 20 maart 2022

Pandora

“Wat ga je laten zetten? Pandora? Dat is een enge gedachte … en jij bent dan Pandora’s doos die alle onheil over ons gaat afroepen?”, mijn collega zet letterlijk een stap achteruit als ze in een gesprek opvangt dat ik later die middag mijn tattoo ga laten plaatsen.

Pandora is in mijn ogen een van de meest misbegrepen mythes uit de Griekse oudheid. Iedereen kent het verhaal van de nieuwsgierige Pandora die het deksel opende van de doos die haar was gegeven en daarmee al het kwade over de wereld losliet. Bezwaarlijk een idool om te vereeuwigen op je arm. Maar er zit zoveel meer in Pandora’s lot.

Volgens de oude Grieken was Pandora de allereerste vrouw op aarde. Ze was een geschenk van de goden aan de mens. Gecreëerd door Hephaestos uit klei en speeksel van Zeus. Hij modelleerde de nieuwe creatie naar zijn echtgenote, Aphrodite, godin van schoonheid en liefde, en gaf haar alle gratie van Hera, Demeter en Athene. Aphrodite blies Pandora de levensadem in en gaf haar daarmee de goddelijke kunst van de verleiding.  Alle Olympische goden droegen hun steentje bij en schonken haar hun meest goddelijke gaven. Hermes noemde haar “Pan-Dora”, de “al-gegeven”, al-begiftigde, draagster van alle gaven. Pandora was mooi, intelligent, handig, lieftallig, eerlijk, leergierig, welsprekend, schrander én … nieuwsgierig. Maar Zeus had Hephaestos om zijn verleidelijke creatie gevraagd, om de mens te straffen. De oppergod was namelijk bang dat de mensen hun goden niet langer zouden nodig hebben, nu zij van Prometheus leerden het vuur te beheersen. Pandora’s lot was bij voorbaat getekend. Zeus gaf Pandora een pithos, een gesloten kruik, mee waarvan zij niet mocht weten wat er inzat en waar slechts één eenvoudige instructie bij hoorde: "Whatever you do, maak de pithos nooit open."

Lang verhaal kort. Pandora werd door Hermes bij Epimetheus, broer van Prometheus, gebracht en werd zijn vrouw. Trouw aan haar instructie begroef Pandora de pithos om de verleiding te weerstaan. Tot op een nacht de kruik haar riep, felle manestralen schijnend op de plek waar ze lag begraven. Vanop de tuinmuur keek Zeus, in wolvengedaante, toe, hoe het arme meisje, gekweld door haar geprogrammeerde nieuwsgierigheid, de pithos weer ontaardde en openmaakte. Het gevolg is algemeen bekend. Uit de kruik ontsnapten bedrog, ouderdom, ellende, schuld, dood, ontbering, hongersnood, pijn, anarchie, leugen, twist, geschil en oorlog, moord en doodslag. Razendsnel verspreidden ze zich over de aarde, om er voor altijd te blijven. Toen de arme Pandora in paniek de kruik weer dicht maakte, zat er nog één nevel gevangen in de pithos: Elpis. De Hoop. Die voor eeuwig gevangen zou blijven.

Het verhaal is in mijn lezing een mooie metafoor voor onze menselijke situatie. Pandora creëerde het kwade niet. Zij kreeg de onmogelijke verantwoordelijkheid om er de mens voor te behoeden. In zowat alle westerse mythologie wordt er aan de eerste vrouw de zondeval toegeschreven. Was het ook niet Eva’s fout dat de mens uit de tuin van Eden werd gejaagd? De nieuwsgierige vrouw die er niet in slaagt de verleiding van het serpent van het kwaad te weerstaan. Maar Pandora had haar naam niet gestolen. De eerste vrouw was een meesterwerk, met enkel de allermooiste gaven. Zij was het grootste geschenk dat de mens kon worden gegeven. Maar laat dat nu de universele waarheid zijn: in onze grootste geschenken ligt onze grootste kwetsbaarheid. De dingen die het leven zo mooi en bijzonder maken, liggen op een bijna onzichtbare grens met onze grootste tragedies. Leven naast dood, gezondheid naast ziekte, liefde naast haat, geluk naast ellende, vrede naast oorlog, euforie naast tragedie… Hoe leven we voor het geluk van onze kinderen, onze geliefden, onze familie en hoe kwetsbaar maakt het ons als er hen iets overkomt? Hoe fragiel is ons geluk als we het opbouwen vanuit onze zelfontplooiing en professionele ambities als dat plots van ons wordt weggenomen? Hoe naïef nemen we onze gezondheid als vanzelfsprekend tot we haar verliezen? We leven in tijden waarin de demonen uit de pithos ons dagelijks van hun aanwezigheid vergewissen. Ziekte en dood. Oorlog en strijd. Ze domineren ons blikveld. Maar vergeet Pandora niet. Zij is er ook, met al haar gaven: liefde, humor, intelligentie, vriendschap, plezier ….

Daarom mogen we ook nooit vergeten: in onze pithos zit Elpis nog. De hoop. We kunnen er niet aan, ze zit opgesloten en we kunnen haar niet vastnemen… maar ze is er. Ontegensprekelijk. We hebben haar voor altijd bij ons. Onzichtbaar, maar dichtbij. En hoewel Nietzsche interpreteerde dat Hoop de grootste van alle kwellingen is, omdat zij de mens, zijn levenlang, in illusies zou laten leven; voor een keer ben ik niet zo cynisch. Hoop doet leven. Er is altijd kans op betere tijden. Dat leert Elpis ons. Hoop is dat licht op het einde van de tunnel. We kunnen er niet bij, maar we hebben uitzicht op beterschap. Hoop is sterker dan angst. Kierkegaard refereert naar hoop als de motor van het menselijke streven: “Hoop is de passie voor wat mogelijk is.”

Dus laten we Pandora maar vereeuwigen. Zij is onze herinnering aan alles wat goed is, en haar menselijkheid leerde ons dat we allemaal kwetsbaar zijn. Maar zelfs als alles verloren lijkt, als de demonen uit de pithos onze gedachten bezwaren, weet dat ergens in die aardewerken kruik, in Pandora’s pot, Elpis nog leeft. 

 

 Met dank aan Charlotte, a.k.a. Back to Basics Tattoo, voor mijn goddelijk mooie Pandora.



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


woensdag 9 februari 2022

Over trollen en prinsessen

Wat is je leven meer dan een verhaal waarin jij de hoofdrol speelt? Sinds ik zelf aan een verhaal aan het schrijven ben, stel ik mij steeds vaker die vraag. Is er een wezenlijk verschil tussen de fictie die we schrijven en de vele levensverhalen die we dagelijks rondom ons haast onopgemerkt laten passeren? Volgens de traditionele verhaalboog zijn er drie grote fasen in elke verhaal, met twee kantelmomenten. De eerste fase is de introductie, de expositie, waarin je de setting en de personages leert kennen, de modaliteiten waarbinnen het verhaal zich zal ontwikkelen. In het echte leven is dat niet anders. Hoeveel van onze jonge jaren spenderen we denkend dat we ons leven al volop aan het beleven zijn, terwijl we in retrospect meewarig glimlachen met onze eigen naïviteit tijdens de introductie van ons leven. Onze hele jeugd leren we over het leven, letterlijk en figuurlijk. We leren over het leven en we leren leven. Met jeugd bedoel ik trouwens makkelijk tot je mid-twintigerjaren. Zo lang je niet zelfstandig en onafhankelijk aan je eigen verhaal aan het schrijven bent, ben je nog in de introductie tot het leven. In die eerste fase zitten mogelijk al wat verhaalelementen die jou als personage zullen vormen, maar het leven moet zich op jouw pad nog echt ontplooien.

Het verhaal komt pas goed op dreef bij het motorisch moment. De gebeurtenis die de conflictontwikkeling van ons verhaal lanceert. Een gebeurtenis waar we als personage mee aan de slag moeten. Iets wat we niet kunnen laten passeren. Iets wat ons een doel en streven zal voorschotelen. De start van onze queeste, onze opdracht. Het is moeilijk te pinpointen waar we in ons leven dat incident hebben geregistreerd, als we het al zouden beseft hebben in de eerste plaats. Want wie heeft er voor zichzelf al een doel uitgetekend waartoe dit leven zich met al haar conflicten zal brengen en wat heeft dat doel in jou geïnstalleerd. Er zijn wat mij betreft maar twee waarheden in het leven. De ene is liefde, de andere is de dood. De zoektocht naar de eerste en de vlucht van de tweede. Al de rest zijn modaliteiten, verstrooiingen. Zouden we niet alle verhalen uiteindelijk kunnen terugbrengen naar die essentie? Is dat niet wat we allemaal op onze eigen manier, in onze eigen setting, met onze eigen wapens en bondgenoten proberen te realiseren? Het vinden van liefde die het leven zo zinvol maakte dat we niet meer moeten vluchten voor het afscheid van de zoektocht.

De tweede verhaalfase na het motorisch moment is de conflictontwikkeling. Met ups-and-downs, meeval en tegenslag, worstelen we ons naar ons doel. Tragiek en euforie, hand in hand. Want we weten waar we naartoe willen. Het geluk ligt daar, ergens, maar de weg erheen is bezaaid met draken en trollen. We worden van ons pad gebracht door wat andere mensen vinden van ons parcours en of dat parcours wel past in de verhaallijn die zij voor ons hadden uitgetekend. Elke dag die voorbij is, is een bladzijde die omgedraaid wordt. We weten nog niet hoe lijvig ons verhaal is, waar het laatste hoofdstuk plots opduikt. Maar elke omgeslagen bladzijde brengt ons dichter. Elke geleefde dag is er eentje die we niet meer terugkrijgen. Er is niets zo dwingend als de gedachte van morgen. Gisteren is nu onderdeel van het verhaal. Morgen is de dreigende onbekende. Zij die hun doel dachten te hebben bereikt, moeten hun geluk nu bestendigen. Zij die het nog niet vonden, zien de tijd genadeloos verder tikken. Bladzijde na bladzijde. Het tweede kantelmoment is de climax van het verhaal. Het hoogtepunt van wat onze protagonist in zijn ontwikkeling zal hebben bereikt. 

 

Alles wat hier nog op volgt is de afloop, de afwikkeling. Vanaf nu zijn we op weg naar het einde dat voor ons werd weggelegd. Je hebt als een complex hoofdpersonage je rol gespeeld. Je wilde wat van dit leven. Je had dingen nodig in je leven. Dat waren niet noodzakelijk dezelfde dingen. Vaak is dat niet het geval. We willen niet altijd wat we eigenlijk nodig hebben in het leven, en omgekeerd dus ook niet. Zo ontstaat er een vierkamerige matrix die jouw potentiële afloop voorspelt: gaf het leven jou wat je nodig had en wat je wou? Eindig je wel met wat je nodig had, maar niet wat je eigenlijk wilde? Of kreeg je wat je wou, maar bleek het niet te zijn wat je echt nodig had? In het slechtste geval dreigt jouw hele strijd je met lege handen achter te laten: noch wat je wou, noch wat je nodig had. Er is geen auteur naar wie we boos zullen kunnen opkijken als het einde ons niet aanstaat.

Misschien is dat het grote verschil dan toch met onze fictieverhalen. In verhaal dat ik verzin en neerschrijf kan ik kiezen welk einde ik mijn protagonist al dan niet gun. Ik stel samen met hem vast waarnaar zijn pad hem heeft gebracht en geef het dan vorm. Eenmaal het boek ter perse gaat, ligt het verhaal voor eeuwig vast. Er rest de lezer geen andere optie dan de laatste bladzijde te lezen en het boek te sluiten. Het verhaal kan niet ontlezen worden. Het was wat het was, bij gratie van de eindredactie. In ons eigen verhaal kunnen we echter niet rekenen op een redacteur die ingrijpt. Dit verhaal moet je zelf tot een goed einde brengen.

De strijd met de Geworfenheit waar de romantici zo mee worstelden. Het lot dat niet in onze handen ligt. Hoe we in het leven geworpen werden en er nu mee zitten en verder moeten. De grote opdracht: leven. Niemand komt je jouw happy end brengen. Dat moet je zelf vormgeven. Vind je prins, je prinses, je niet-gendergedefinieerde geliefde. Hou van het leven. Creëer je modaliteiten. Schrijf. Zet je muziek lekker luid. Speel met je kinderen alsof je er zelf eentje bent. Geniet. Er is poëzie en er is wijn. Er is liefde. Ergens bestaat ze. Vind ze. Deel ze. Leer ze aan de volgende generaties. Sluit de achterflap van je verhaal met een glimlach. Het zoeken is voorbij.  

donderdag 27 januari 2022

Natuur

Ik wacht in wijzerzin en tel de tikken
van alles wat ongrijpbaar is.
Onze Babylonische genese,
de weg van herinnering naar hypothese,
het stroomt ongeduldig
door mijn aders
door mijn ganzenveer;
het ligt in onze natuur:
het wentelen en omwentelen,
kijk daar is de lente weer.
Regen die lettergrepen giet,
de vos, met de neus in het ochtendrijm, niet langer
zijn wintersporen ziet.

zondag 26 december 2021

Het Verlangen Onverstoorbaar te Leven

Het is weer die tijd van het jaar. Mensen verpakken zich gezellig in de wolligheid van de feestdagen. Misschien nog meer dan andere jaren. Omdat we de afstand moe zijn. Het afgescheiden zijn. We hebben nood aan samen-zijn rond alle attributen die ons in deze periode worden aangeleverd. Sparrenbomen, lichtjes, pakjes, goede voornemens, kalkoen- of everzwijngebraad met kroketten en een quinoa-schotel voor die zus die vegan is geworden en wijn … veel wijn. De obligatoire discussies rond de feestdis. De frustraties. Samen reminisceren over hoe vroeger toch alles zorgelozer leek. Samen dromen over hoe het binnenkort allemaal opnieuw eenvoudiger wordt. We zijn moe. Het duurt zo lang. Voeg daarbij de normale besognes waar iedereen voor zichzelf nog mee worstelt, de tijdloze issues: gezondheid, liefde en verdriet, eenzaamheid, armoede, …

Heb jij dat ook? Dat dualisme op deze dagen? Enerzijds ongestoord conventioneel meedoen met de gecommercialiseerde verjaardag van een monotheïstische profeet, die geseculariseerd werd tot een feest voor familie en warmte en anderzijds hoofdschuddend kijken naar de pastiche die we ons jaarlijks laten verkopen om dan de trivialiteit van het pakjesopenmakenritueel weer in vraag stellen? Als iedereen weer thuis is van het indigestieve feestmaal is er uiteindelijk niets veranderd. We ondergaan allemaal gewoon opnieuw onze eigen realiteit. Op zoek naar een uitweg. Op zoek naar een of andere bovenmenselijke kracht om ons lot zelf vorm te kunnen geven. Om los te komen van alle dwingende spelers die ons lot mee vormgeven. In ons verleden, maar ook vandaag weer en morgen opnieuw. Niemand van ons creëert zijn eigen realiteit. We zijn allemaal een genetische toevalligheid, veroordeeld tot de modaliteiten van onze tijd, onze omgeving en onze samenleving. Wie ontsnapt daaraan? Wie durft er zeggen dat hij of zij het leven leidt dat hij voor zichzelf zo ook effectief zou hebben uitgetekend als er geen maatschappelijk mal voorzien was?

Het is steeds hetzelfde motief. Als er dan al een retrospectieve periode is in het jaar, zijn het deze weken wel. Wie durft vrede nemen? Tevreden zijn? Het had allemaal zo anders kunnen lopen. Beter? Dat weet ik niet. Maar anders. Dat wel. Elke beslissing die we zogenaamd namen, elke keuze waar we voor stonden. Het bewijs van onze vrije wil? Ik denk het niet. Er is geen vrijheid als je keuze bestaat uit het reduceren van reeds bestaande hypotheses naar degene die je existentieel het minst weerstand oproept.

Verlangen

“Het leven dient om nu te leven,”, zei Epicurus, “de dood gaat ons niets aan.” Hij predikt een leven waarin het hoogste goed bestaat uit het nastreven van lichamelijk en geestelijk genot. Lichamelijk genot als in de bevrediging van onze behoeftes. Geestelijk genot als in het nastreven van de gemoedsrust, de onverstoorbaarheid. Leven met het langetermijndoel om onze verlangens te vervullen. “Verlangens die niet tot pijn leiden indien ze onvervuld blijven, zijn niet-noodzakelijk.” Waar ligt jouw pijn? Welk verlangen heb jij verwaarloosd in dit leven?

“Elke dag is een dag meer, is een dag minder.”, zo vat puntdichteres Ruth Van de steene het zo mooi samen. Onze tijd is eindig en tijd laat zich niet afremmen of tot stilstand brengen. Hoe zeer we dat ook proberen als we momenten willen koesteren en vasthouden. Telkens we willen vermijden dat het al te snel morgen wordt. Kijk jij uit naar alweer een volgende dag om alle mogelijkheden die hij in zich draagt? Of betreur je de dag die alweer om is om alle verlangens die alweer onvervuld zijn gebleven? Maken we ons wel druk om de juiste dingen elke dag? Investeer jij je energie preventief of curatief in jezelf? 

Carpe Diem

“I went to the woods because I wished to live deliberately, to front only the essential facts of life, and see if I could not learn what it had to teach, and not, when I came to die, discover that I had not lived. I did not wish to live what was not life, living is so dear; nor did I wish to practise resignation, unless it was quite necessary. I wanted to live deep and suck out all the marrow of life, …”  

Als kind van mijn tijd, ken ik deze quote van Henry David Thoreau niet uit de man zijn oeuvre, maar ik hoor Robin Williams de woorden fluisteren tegen zijn leerlingen in Dead Poets Society. “Seize the day, boys. Carpe Diem.”

“I wanted to live deep and suck out all the marrow of life.” In diepte leven voor alles wat het leven te geven heeft. All-in gaan. Elke keer. Carpe Diem. Het credo waarmee de humanisten het sombere memento mori van de duistere eeuwen wouden wegblazen. Morgen is geen opgave. Morgen is een geschenk. Je krijgt alweer een dag. Onderga hem niet in angst voor het Laatste Oordeel. “De mens is de maat van alle dingen.”, leerde Protagoras ons. Pluk de dag. Maak hem jou eigen. Het is historische mindfulness. De pijlers van de existentie: Ik. Hier. Nu. Het leven an sich is een egoïstisch construct.

Dus prijs je gelukkig als je vandaag ergens leeft met mensen en omstandigheden om je heen zoals jij ze jezelf zou wensen. Te vaak reduceren we het leven tot beklag achterom en beloftes vooruit. Maar leven moet worden geleefd. Niet beklaagd of beloofd worden. Maak nooit beloftes waarvan je weet dat je ze niet zal houden. Maak nooit beloftes waarvan je niet eens weet of je ze wel gaat houden. Leef op netto-modus. Je herinneringen leven in het verleden, je verbeelding leeft in de toekomst. We zeggen zo veel, over hoe het vroeger was en over wat we willen en zullen doen, morgen en volgende week en volgend jaar, maar we vergeten hoe krachtig woorden zijn. We geloven woorden. We houden ons vast aan woorden. We bouwen en vernielen met woorden. Maar ze maken ons niet waarachtiger. Actions speak louder than words. Het is een cliché. Maar het is een cliché omdat het waar is.

Verdomme

Dus laat dat mijn wens zijn voor volgend jaar. Doe wat je wou doen. De tijd van de geloftes, beloftes, plannen, spijt en beklag … is verloren tijd, en die krijgen we nooit terug. Leef zoals je wil leven. Denk niet aan morgen. Elke dag is een dag meer, is een dag minder. Denk niet aan wat anderen zullen zeggen. Het is jouw leven. Live deep. Pluk de dag. No regrets. Lees. Leer. Creëer. Heb lief. Maar doe het verdomme.

zaterdag 4 december 2021

Winterslaap

Het regent. Natuurlijk regent het. Door een stroomstoring heb ik geen licht meer op de eerste verdieping van mijn huisje. De batterij van mijn auto is leeggelopen omdat ik er twee dagen de sleutel op halfcontact op liet zitten. Sinds mijn positieve coronatest van woensdag zit ik in quarantaine. Het virus heeft me flink te pakken. Ik heb werk. Veel werk. Examens maken, taken verbeteren, leerstofoverzichten opstellen, … maar ik kom er niet toe. De fut ontbreekt me. Maar niet alleen mijn lijf is moe. Mijn kop ook. Ik heb lente nodig in mijn hoofd. Weet je nog toen alles nog oké was? Het lijkt jaren geleden. Het lijkt alsof mijn lijf en hoofd zich klaar maken voor een winterslaap. Maar dan echt deze keer. Maak me wakker als het lente is.

Het perspectief van winter, koude, duister, ziekte, mondmaskers en boosterprikken, mijn kinderen die tot nu gespaard waren gebleven van hun zogenaamde maatschappelijke verantwoordelijkheid maar voortaan ook hun glimlach achter chirurgische maskers moeten stoppen, de steile neerwaartse spiraal waarin de liefde voor mijn job, mijn roeping, zich bevindt, de dingen die ik wil doen en niet doe, de dingen waar ik op hoop die niet gebeuren, … Maak me wakker als het lente is. Ik graaf mijn burcht en ik verstop me. Ik heb mijn haardvuur, mijn platenspeler, mijn boeken en een wereld van series en films, … dat volstaat als toevlucht. Misschien waag ik me binnenkort ’s nachts wel weer es even buiten. Maar voorlopig niet. Overdag houd ik me schuil. Geen zin in de discussies en in alles wat ‘moet’. Zo veel mensen, zo veel waarheden.

Waar vind ik Pandora’s kruik? Alle verderfelijke en verwerpelijke dingen waarmee ze deze zondvloed over ons afriep ten spijt, houdt zij Elpis nog gevangen. De hoop. Nog steeds. Na al die tijd. Onderaan in de kruik. Onzichtbaar aanwezig. Onbereikbaar maar onvergankelijk. Tegen beter weten in.
Het is gestopt met regenen ondertussen. Ik moet mijn citroenboom binnen halen. Dat beest gaat een dezer dagen kapot vriezen. Ik doe het straks misschien.

zaterdag 27 november 2021

Storm

Weet je wat ik niet verdien?
Deze angst om graag te zien.

Hoe de grens steeds wordt verlegd.
Welke woorden zijn gezegd.
Welke woorden zijn verzwegen.
Hoe ik schuilde tegen regen van
stokken en van stenen.

Hoe in de storm, toen de mist optrok,
ikzelf ook was verdwenen.