donderdag 8 september 2022

Ondergaan

Laat dit mijn thuis niet zijn waar
mijn adem in lege levenloze zuchten, lucht
vasthoudt als een kramp, als vingers die zich vouwen
om wat ze al verloren in
de diepte van dit bevroren water.
Laat er zich stormen vormen rond
angstdromen die in gillende golven komen
ruisen en luister naar hun gefluister:
Laat dit mijn thuis niet zijn.
Water, longen binnengedrongen, weert
mijn morgenochtenden. Mijn vlot
beheert mijn lot niet langer.
Als jij je handen, bang, lang neerwaarts reikt,
als algen net buiten mijn bereik, houd ik me vast
aan mijn gelijk:
ver van het land waar mijn dromen verdorden,
onder deze golvendein.
Ik zal het duister worden,
niet het duister zijn.

(Schrijfatelier. 08/09/22 - bij "De blik van Blancquaert", De Morgen)



donderdag 18 augustus 2022

Meteoriet

Er is een vijver
in een tuin
bij een huisje
waarover stroopfabriekenschaduw valt,
waar de armen
van het boomgaardmeisje dat er woont,
zachter dan
het dauwdonsdeken waaronder wij leefden
om mij lagen,
haar vingertoppen strelend over mijn littekens
tekenden haar naam
onuitwisbaar
op het ritme van het water.

dinsdag 16 augustus 2022

Mythos

Ik kies de helft die de verbeelding tart,
die dartel leeft in mijn gedichten,
die helft waarbij het sprookje start,
gitzwart gevederde gezichten
met bittere lippen van leugensmart,
mijn hart mist nog jouw hart.
Waar moesten wij dan bang om zijn,
als onze onbevreesde ledematen
elke nacht nadat de zon verdwijnt,
de donkere nevel geen lucht zou laten,
geen licht en geen geluid,
ziel aan ziel, prevelverzen fluisterend
van mijn huid op jouw huid?
Waar moesten wij dan bang om zijn,
als tijd langer zou duren,
seconden, minuten en alle eindeloze uren,
als leven niet langer een opgave was,
als jij morgen pas werd geboren?
Ik kies die helft, oeverloos,
die niet gelooft in woorden,
die ooit misbruikt en moedeloos,
haar verrijzenis verloor.
In jouw schizofrenie ligt liefde in het verschiet.
Het was volle maan, ochtendgloren,
ze zuchtte:
"Wat als alle liedjes geschreven werden opdat wij ze moesten horen?"

donderdag 4 augustus 2022

Horizon

Liefde leefde lenig
in wild beminde verzen
van valavond tot aan dageraad, want
hoe spreken we over morgen als die,
leep loerend verborgen,
zich van gisteren niet scheiden laat.
Tuur naar de horizon en weet;
jij kan kiezen,
winnen, verliezen;
of de zon opkomt of toch ondergaat.

maandag 1 augustus 2022

Grond

In mijn dromenstad die hemels krabt, waar boekenruggen
met stugge preken de zon doorheen
mijn broze loden woordenglas laat breken;
met zilveren lijnen rond de wolken,
een aureool dat schittert vanaf de dolken
in mijn rug. Hoe ik hier vlug, met snelle tred,
de vlucht naar morgen heb ingezet. De wind lijkt gekeerd,
nu ik geannuleerde blikvelden weer opentrek.
Wat mist, zal verdwijnen. Gisteren zit als in gensters geladen,
dreigend als zware erkers boven verlichte voetpaden,
als een wankele wenteltrap onder mijn voeten.
Aan losse levens kan je je niet binden.
Er is vaste grond, maar
je moet hem willen vinden.

woensdag 27 juli 2022

Dorian Gray

In schuchter gekrompen kleuren schilder ik

een stil leven met

oorverdovende woorden die jij niet meer spreekt.

In clair-obscur

de door gestokte adem verlamde klanken die neervielen op mijn tong.

Ik ontzie mij niet.

Jij verdriet me.

Ik buig de tijd;

vandaag ontwaakt gisteren

ontwaakt morgen

opnieuw.

Verf droogt sterfbedlangzaam.

Zelfportretleven vertekent zich

als je nooit 

voor de spiegel 

bent

gaan

staan.

zondag 3 juli 2022

Show. Don't tell.

Eén tel. Eén plek. Eén handeling. Kijk daar begint je wandeling doorheen het verhaal dat je vertalen wil, dat je vertellen wil, dat je gezellig weer vervellen wil. Stil … nu maar. Je honger… komt te vroeg. Kies één gevoel uit het lijstje dat je bij je droeg. Je handen krijgen tijd genoeg. Ze schrijven al. Herlees het niet. Het is zo dat je hoofd je hart ook ziet.

Wanneer ik het zeg, mag je pas stoppen en voel dan met je vingertoppen, voorzichtig, waar de verteller zijn gezicht is, waar de dichter zijn gedicht is. Hou je vast. Scheur. Schrap. Kras. Wees cru. Door wiens ogen kijk jij nu? Wie neem jij naar huis vannacht? Wie heeft dit conflict bedacht? Pieker. Maal. Nachtwaakzaam zacht. De ochtend wacht.

Nu hangen er kaders in de keuken waar ik woon. Papieren waarmee jij woorden beloonde. Uitwegen toonde toen de deur gesloten was. De verzen duwen tegen het glas. Ik lees het gedicht alsof het het mijne was. Alsof jij wist wat ik zou schrijven. Het af-was-sop-over-drijven. Het garen doorheen de naald. Hechten. Rijgen. Huilen. Hijgen. Levens lijmen. Wij rijmen. Wist je dat? Wij rijmen. Hartslagen in metrum en op maat. Omdat ons schrijven ons dat toelaat. Omdat taal nooit overgaat.  

Weet je wat ze zei? Ze lachte. Ze fluisterde: “Vertel het me niet. Toon het mij.”

 

 

(Gedicht voor docente Petra Thomas, bij het behalen van mijn getuigschrift van drie jaar academisch schrijfatelier.)