Posts tonen met het label ontwaken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ontwaken. Alle posts tonen

woensdag 3 september 2025

Harp

Vanmorgen keek ik hoe dat er uitzien zou;
ik die opgebaard ga liggen. 
Gestrekte benen onder ’t deken,
handen netjes samengevouwen.
Ik probeerde mijn blos te verbleken,
mijn adem
als door plakband samengehouden.

Dood gaan vergt geduld,
zo merkte ik,
als je niet langer aan- of af- 
maar louter -wezig bent, en niets 
jou nog raakt,
je van tijd je weduwe maakt en verdwaalt
waar geen duister is,
luisterend naar een stilte als naar het groeien
van bomen en daar 
thuiskomen.

Buiten rolde de nacht van de straat en
stapte daarbij op de staart van de kater die daar zat.
Binnen startte harpmuziek, 
als van een engel, 
als de wekker van mijn lief die de kamer deed ontwaken, 
en als het begin van een nieuw leven 
doken, als kleine knollen 
vanuit donkere kluiten grond,
mijn tenen vanonder ’t laken.

 

zondag 27 oktober 2024

Onderbuik

Het winteruur vertraagt de tijd
dus blijven wij in bed.
Haar lieve brein leest Rijneveld.
Zij vertelt wat
hij vertelt als
zij haar thee weg zet.

Ik lees de huid van haar onderbuik
en dan als een bladzijde ,
de welving van haar rug,
de plooi waar haar benen beginnen.
Er begint een zachte winter buiten.
Er begint een zachte winter binnen.

donderdag 8 augustus 2024

Dat ik je missen kan

Wat ben ik blij
dat ik je missen kan,
in deze gaard van appelaars
om jou bloos en dan
doordrongen
mijn voorhoofd aan het jouwe leggen kan
zoals jij doet
wanneer wij samen ontwaken.
Wat ben ik blij
dat ik je missen kan,
vertrek is geen vertrek
dat geen weerzien meer verzint,
zoals elke reis bij thuiskomst pas begint,
zoals afstand warm wordt
wanneer ze vraagt om jou weer aan te raken.
Wat ben ik blij
dat ik je missen kan,
daar bouw ik dan verhalen van
zo maar, op een zondagochtend
als jouw arm omheen mijn schouders fluistert
en ik dat,
dromend in boomgaarden in ons bed,
met jou beleven kan.

maandag 22 juli 2024

Schilder

Ik teken in onzichtbaar zachte houtskool langsheen
de welving van haar lichaam, langs
het teder en tijdloos deinen van de lijnen van haar borst,
van haar hals, in wals, over haar fluweel en de
achterzijde van haar been.

Het zonlicht, dat zich langs de luiken vleit,

omdat het mij benijdt,

volgt mijn vingertoppen met zijn breekbaar licht,

lokt de ochtend naar je aangezicht.

 

“Schilder mij met al je woorden.” ontwaakt je liefde.

Ik zoen je nachtblonde haren om ze

omheen je lieflijke gelaat te leggen.

 

“Mijn lief, Ik zie je graag,”

Ze glimlacht. De dag begint.

“Dat wou ik ook net zeggen.”