vrijdag 14 maart 2025

Strand

Zijn er nog mensen die ’s Gravenhage zeggen?
Het regent in Den Haag.
Met één hand kan je een paraplu
voor tweeën dragen,
dus benen wij dicht
bij elkaar en laten de stad achter ons
in striemende penseelregen vervagen.

Geef mij je jas.
Laat je ogen wennen aan het donker
door de interbellum ramen.
Kijk wij hebben dezelfde schaduw.
Hier houden mensen mensen bij de hand,
en in één lijn vallen wij samen.

Zo gebeurde het dat wij

zomaar op zondag,
op een steenworp van Stadhouderslaan

zand tussen de tenen,

ingekaderd en bevrijd,

op het verlaten strand van Spilliaert gingen staan.

 

 

Strand bij maanlicht (1908) - Léon Spilliaert

 

 

vrijdag 28 februari 2025

Spoor

Ik hield je hand
als het laatste etmaal van oktober
in het gotische Sint-Jacobskoor
en beneden die versteende sterrenhemel
trokken wij een spoor op
vervlochten wenteltrappen
waar wij elkaar,
daar dansend,
driemaal
voor het eerst
ontmoeten,
driemaal opnieuw
begroeten dat wij hier wel moeten
verbonden zijn.
Wervelend,
jij ik,
jij ik,
als timide accenten
van een rijzend alexandrijn.

Ik houd je hand
als het laatste etmaal van oktober, 
als de pen waarmee ik jou
ontcijfer,
je vang en

je neervlij in een gedicht, lijvig als een boek

van Ilja Leonard Pfeiffer.

vrijdag 21 februari 2025

Pottenkijker - The Devil: A Life

“Net stonden we in het water,
met onze kleren aan.”, zegt ze droog.
Ik hef mijn voet omhoog.
Trots haar halve zool.
Trots tussen de mensen staand.

Ze kamt mijn haren achteruit,
knoopt mijn pak nog pakker, kijk:
“Nick Cave is beslist de duivel niet,
maar ook geen pottenbakker.”

Dat heette vroeger preken,
waar wij nu zullen prijken.
Hier is een wit vertrek, schilder jij
zwart wat ik zeg:
“Die gaat hier geen potten breken,
zoals ze hier staan pottenkijken.”

 

 

Nick Cave - The Devil: A Life

 

vrijdag 14 februari 2025

Aap - A Confrontation at the Zoo

“Weet je nog? Uffington?”
Ik strijk de lijn opnieuw
van haar rug.
Kalkwit.
Als van een lichaam in een landschap
dat het mijne is.

“Waar kijkt hij naar?”
Zij ziet gebakken lucht en rommelmarkten.
Ze wijst dat ik ook zo staar:
“Onbewogen en gemaquilleerd als dit ontheemde kind.”
Haar hand beroert Voorlinden.
“Als deze aap.”

Aan mijn voeten is ze een hinde.
als een rotsschildering.
Zij laat de tijd verstrijken.
De primaat zit zwijgend achter glas,
net als wij,
waar wij dan weer naar kijken.

 

 

The Monkey, 2023, Michael Borremans

 

maandag 10 februari 2025

Weesgedicht

Wees mijn weesgedicht.
Wees mijn aangezicht
als ik naar wolken kijk.
Wees mijn dageraad.
Wees mijn predikaat.
Wees mijn hemel binnen handbereik.

Wees mijn honingbij.
Wees mijn ware klei.
Wees de glimlach na mijn winterslaap.
Wees mijn nachtlampjesroman.
Wees mijn laatste toekomstplan.
Wees het bos waar ik verhalen raap.

Wees mijn droomverblijf.

Wees mijn gewillig lijf.

Wees mijn stroopwafelgeluk.
Wees mijn eerste nacht.

Wees mijn woordenpracht.

Wees mijn ontbrekend puzzelstuk.

zaterdag 8 februari 2025

Fuik

Ik heb oren zoals jij een stem hebt:
voor elkaar.
Zo zijn wij gekluisterd.

Jij fluistert, ik luister;
zo vind jij toegang daar,
langsheen benige schalen,
balorige schelpen,
waarin ’t ruisen van zeeën oneindig herhaalt,
waarin elk verhaal ooit beginnen kon,
waarin ook elke liefde en elke leugen begon.

Jij fluistert, ik luister;
je stem zit in mijn handen die,
als een fuik,
jouw woorden naar mijn netten leiden, als vissen,
want ik wil me niet vergissen:
Pas als ik je nooit meer horen kan,
zal ik je kunnen missen.

vrijdag 31 januari 2025

Vin

Ik start
ik schrijf
jij stopt
je naakte handen in
de naakte zakken van
je uitgeklede lijf
je wacht
ik weet geen blijf
met al mijn aangeklede woorden
verspreid over de slaapkamervloer
je lacht
ik verroer
geen voet
aan de verzen
of de vinnen op je rug
jij vraagt
kom je nog
en dus kom ik
veel te vlug
jij fluistert
is dit liefde want
als jij mij schrijft
schrijf ik je vast terug.