Posts tonen met het label lente. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lente. Alle posts tonen

zondag 13 april 2025

Verona

Het is krokusmaandag.
De zon rijst in vrieskoublauw.
Straks verruilen wij het leven binnen
voor het leven buiten.
Mijn boek is uit en
ik rommel wat verleden uit de kast,
met één voet die vastberaden voor de ander past,
als mevrouw Verona op pad
op de keerzijde van het laatst
omgeslagen blad.
Ik blaas wolken in de ochtend en
probeer te verwoorden en verzinnen
wat Dimitri Verhulst zou zeggen
van de kermis in mijn stad.

maandag 9 december 2024

Botticelli's Lente

Er is geen spoor van lente.
Vanop bevroren klokkentorens
speuren wachters van Firenze
naar een sein.

Lorenzo droomt de blauwe vink te dagen.
Ariosto zuigt doelloos op zijn duim.
Michelangelo, rechtop in bed gezeten,
heeft geslapen, …  maar de ommekeer bleef uit.
Dante ontzet zacht zijn fluwelen kap,
onthult ogen diep en triest,
net als zijn Duitse dog gehuild.

Er is geen spoor van lente.
Leonardo ijsbeert door zijn kamerkooi
en gromt hoe koppig sneeuw kan zijn.
Raffaelo, door zongebrek in bad gestapt, houdt
zijn lange zijden haren rein.
Aretino mijmert …
lente in Milaan,
zijn moeder slaapt op Milanese heuvels.

Er komt nog steeds geen lente aan.

Maar laat ons blijven hopen,

 

kijk daar,

de deur van Botticelli’s atelier

gaat eindelijk langzaam open.

 

 

 

(vertaling van Botticelli’s “Spring”, Gregory Corso)

 

 

 


 

dinsdag 21 maart 2023

Puur

‘Ik zie je’, fluister je in zachtblauwe middagwoorden,
je legt je bloemrankharen in mijn schoot.  Er zit
vinnig kobalt in hoe je kijkt, als je het bladgoud
van mijn handen op je lenden toont. Onbevangen,

door niets dan zonlicht aangekleed, verken je mijn
schaamteloze dagdromen; golf je elegant rondom
mijn afgevuurde verzen. Waar wij elkaar raken, versmelten
wij, vergrijpen ons aan zinnen van onze zinnelijkheid.

Je spreidt je vervoering, verwijdt mijn einders
langsheen de loodlijnen van je hals, snijdt de barok
uit mijn verzuchten. Je bent puur. Reik je handen

naar wat wij straks morgen noemen. Wentel
en omwentel mij. Laat dit gewelf, als in een hemelbed
dat ons verbergt, onze eerste lente zijn.