zaterdag 22 november 2025

Zonnebloem

Ik schrijf haar op in dit gedicht
omdat ik haar niet kon bedenken.
Ze sluit het raam, vandaag was luid; maar
zij verheft zich niet. Ze zet zachtgestemde bakens
voor wie verloren is, zoals
een oude vriend een oude vriend zou wenken.

Het fluistert in haar vacht. Zachte verhalen van
vervlogen wolvendagen:
“We moeten durven breekbaar zijn;
verdriet heeft twee lettergrepen,
liefde heeft dat ook, 
dus ook dit kunnen wij samen dragen.”

Zo vormen wij één spoor: mijn voet eerst
en dan haar voet daar nog voor. 
Doelloos maar nooit verloren, 
onderweg en toch behoren.
Zo heb ik het misschien wel liever,
van één zonnebloem naar de volgende,
krakend als het moet, als op een oude fiets
van meester Anselm Kiefer.

maandag 3 november 2025

Dagboek

Ik houd voor haar
een dagboek in waterverfgedichten, van bloemen
bloeiend onder kaarslicht, van hoe zij mij
aan winter warmen leert.

Gisteren schreef ik:
ze neemt me mee naar grasvelden
waarin zilveren wolken bloeien en waar
het woord welkom bloemgewaden draagt.

Gisteren schreef ik:
ze glundert, haar tierig lijf springt uit het bed, 
als uit de tuin der lusten, 
als door het sleutelgat van een schelmenroman.

Ik houd voor haar een dagboek in waterverfgedichten,
over hoe wijze mannen kijken met z’n allen
en knikken: “Het is voor haar dat Troje is gevallen.”