zaterdag 22 november 2025

Zonnebloem

Ik schrijf haar op in dit gedicht
omdat ik haar niet kon bedenken.
Ze sluit het raam, vandaag was luid; maar
zij verheft zich niet. Ze zet zachtgestemde bakens
voor wie verloren is, zoals
een oude vriend een oude vriend zou wenken.

Het fluistert in haar vacht. Zachte verhalen van
vervlogen wolvendagen:
“We moeten durven breekbaar zijn;
verdriet heeft twee lettergrepen,
liefde heeft dat ook, 
dus ook dit kunnen wij samen dragen.”

Zo vormen wij één spoor: mijn voet eerst
en dan haar voet daar nog voor. 
Doelloos maar nooit verloren, 
onderweg en toch behoren.
Zo heb ik het misschien wel liever,
van één zonnebloem naar de volgende,
krakend als het moet, als op een oude fiets
van meester Anselm Kiefer.