Dit:
sneeuw dwarrelt nooit van je weg
sneeuw dwarrelt altijd op je toe
ik wandel niet
ik vlok
de straat lijkt op een straat uit een boek
wanneer een bromfietser de hoek om tsjokt,
zich daar zadelt, bovenop dit gedicht,
doorheen mijn ademwolkenwoorden snort,
zijn helm net te klein voor zijn gezicht.
Een moment is hij bevroren in mijn tijd,
onzichtbaar als een duin in winter.
Een moment is hij gewichtloos
als een kind dat geen zwaartekracht erkent;
vlokken en vloeken smelten niet samen.
Hij vervlecht zijn stuur en roodbevroren vuisten;
recht zijn rijwiel.
Voor een moment
content.