zaterdag 4 juli 2020

Bubbel


Doe jij dat ook: een boek lezen om te verdwijnen? Het is me vaker overkomen de afgelopen maanden. Het lezen en het willen verdwijnen. De realiteit was te confronterend. We hebben ons als in een dystopische Orson Welles geschikt naar ons lot. Overgeleverd aan de nieuwe wetten van de natuur. De nieuwe wet van de sterkste. Dwalend door de straten, op onze hoede voor de nieuwe Darwiniaanse selectie. De best aangepasten onder ons zullen de overzijde halen. Iedereen is verdacht. Iedereen is gevaarlijk. L’enfer c’est les autres. In een grote boog om elkaar heen. Buren bespionerend van zodra de eerste barbecue-aroma’s ons bereiken. Onze “Lord of the Flies”-clan tegen de hunne.

Vanachter onze maskers wagen we ons in het parallelle universum van de buitenwereld. Weifelend stappen we door een Murakami-portaal de surrealiteit van het volgende normaal binnen. Het leven is anders gelopen. Het leven is elders. Verweesd blijven we achter. We zijn de Oliver Twist van de liefde geworden. Kommetje vooruit: “Can I have some more please?”. Onze dappere nieuwe wereld laat zich heroveren door de natuur. Weldra waden we door de straten, tussen de wilde beesten, kijkend naar de resten van de boomhutten die we bouwden. Strelend langs de littekens van ons oude leven, de tatoeages van ons verleden. 

Het is de catch 22 van onze tijd. We zijn bang om alleen te zijn. We zijn bang om samen te zijn. Angst is een slechte raadgever. Wat zou je doen als je niet bang was? Een vraag die ons na het Covid19-tijdperk zal dwingen om een keuze te maken. Wie opent in de stad der blinden als eerste de ogen? 2020 kondigde zich aan als het jaar van de transformatie. Weet u nog wel? Misschien is dat wat er gebeurt. Niets zal nog hetzelfde zijn. Er resten ons geen goden meer. We zullen het zelf moeten doen. Ogen dicht en dapper het konijnenhol inspringen. Op zoek naar Wonderland. Op zoek naar het nieuwe gelukkig zijn. “Geluk is gevaarlijk”, orakelde Kopland ooit, maar laat je niets wijsmaken. Angst is relatief. Liefde is absoluut. Als je weer buiten mag komen, waar ga je dan heen? Wie zoek je dan op? “De enige wet van de liefde is zonder toevlucht te zijn.”

Waarheen het je ook leidt, vergeet niet om even in de bib langs te gaan. Nog één quote en dan houd ik er mee op. “Alleen wie alle verhalen kent, kent de wereld.”, schreef Mulish. Doe jij dat soms ook: een boek lezen om te verdwijnen?

zaterdag 16 mei 2020

Kom maar klappen voor mij


Hoewel de zomer in aantocht is, hebben we het vandaag moeilijk om optimistisch en enthousiast te zijn. We zijn bij voorbaat gebroken door het vooruitzicht van alles wat er  niet zal zijn deze zomer. We leven in een periode van angst, van isolatie en van dood. Meer dan ooit groeit plots het besef hoe nietig we zijn tegenover het brute geweld van onze microscopische vijand. Maar lieverds, … nietig, dat waren we altijd al. Voor mij volstaat het om in de verlatenheid van de nacht aan de voet van de 12de-eeuwse St.-Germanuskerk of de 13de-eeuwse O.-L.-Vrouw ten Poelkerk te gaan staan en omhoog te kijken om mijn nietigheid te begrijpen. Niet alleen in schaal, maar ook in tijdloosheid. Niemand van ons is tijdloos. Het enige waar covid19 in geslaagd is, is om onze sterfelijkheid exponentieel uit te vergroten en ieders instinctieve angst voor de dood en overlevingsdrang evenredig te vergroten. Maar nietig, … dat waren we vorig jaar ook al.

Toch zijn er nog mensen die deze tijden aangrijpen om hun agenda naar voren te schuiven. Je zou denken dat een pandemie van deze orde mensen, figuurlijk althans, dichter bij elkaar zou brengen. Hoe minder menselijk contact we concreet nog overhouden, hoe luider onze verzuchting naar meerzaamheid zou moeten klinken. In het aanschijns van het vagevuur zouden al onze banale triviale ideologische verschillen moeten verschrompelen. Maar we zijn onverbeterlijk. We bombarderen elkaar nog steeds met het moreel gepolariseerde tribalisme dat zo eigen geworden is aan onze tijd. We bevechten nog steeds de anderen omdat ze een andere mening hebben dan wij. We zoeken naar verborgen agenda’s van de wetenschap, terwijl wetenschap enkel op basis van empirische feiten opereert en niet onderhevig is aan moraliteit. 

Als we nu onze verschillen niet kunnen relativeren. Wanneer dan wel? Mensen die boos achter hun gordijn zitten te kijken hoe de buren staan te klappen voor de zorg om 20u ’s avonds. Omdat zij vinden dat dat toch niets uithaalt. Omdat zij niet meedoen aan ‘hypes’. Omdat je van ‘applaus niet kan eten’. Onvoorstelbaar. Waarom revolteren tegen iets dat geen kwaad in zich draagt? Niemand verplicht jou om mee te klappen. Ik zie hele gezinnen aan de deur staan applaudisseren. Kleine kleuters die flink met hun pollekes klappend de impliciete waardeoverdracht ondergaan dat het ok is om waardering te tonen. Dat solidariteit waardevol is. Dat ‘dank je wel’ zeggen een mooie vaardigheid is. Dat is toch wat we hen willen meegeven. Dus klap voor de verplegers. Juich voor de onderwijzers. Go loco voor de bakkers die nooit gestopt zijn. Leef la vida loca voor de leveringsdiensten en de postmedewerkers. Richt een tribune op voor de virologen en politici. Wees dankbaar. Het is zo eenvoudig.  Relativeer je eigen gelijk gerust een beetje. Wees aardig. Als je domme opmerkingen ziet passeren op je sociale media, ga er niet op in. Je zal geen voldoening halen uit het feit dat jij in het juist kamp zat in de pseudo-ethische discussie over Peruviaanse kittens. Toon dat jij de onwetendheid hebt overwonnen. We willen niet in twee kampen uit de lockdown komen. 

Wanneer we met z’n allen, gevaccineerd, uit quarantaine zullen mogen komen, mogen herademen zonder masker. Wanneer we alle markten en pleinen hebben omgetoverd in grote terrassen waar iedereen zijn eigen drankje meebrengt om te delen. Wanneer we op die zonovergoten terrassen niet meer kijken naar gendernormen, kleur, religie, inkomen, diploma, … om een glas te delen met iemand. Sta dan recht en applaudisseer. Dan hebben we gewonnen. In meerzaamheid. 

Kan je zo lang niet wachten? Kom gerust klappen voor mij. We drinken er een glaasje wijn bij. Op anderhalve meter. Gewoon. Omdat dat aardig is.

donderdag 30 april 2020

Drink met mij, Keramos


‘Drink met mij, Keramos’ (cyclus)

1 geboorte / 2 vorming / 3 liefde / 4 verlies van liefde / 5 existentie / 6 stilte / 7 dood

naar werk van An Roovers 






1.


 

Naamloos
trok ik u uit mijn aarde,
in pijn omarmd
als Adams rib.
Getekend met een druppel licht.
Geboren uit een druppel slib.


(cyclus ‘Drink met mij, Keramos’ -  geboorte – bij ‘Untitled’)
 
 


2.



 
Koester kwetsbaar je verlangen
als je vingers strelen langs mijn wang.
Ik zal me bergen in jouw warmte
en beroer mij net zo lang

tot ik
in lijf en ziel verbonden,
in jouw handen één geworden,
uit jouw adem adem vang.


(cyclus ‘Drink met mij, Keramos’ -  vorming – bij zelfportret)



3.



“Ik ga ook die kant op.”,
en nooit opnieuw kwam er een tijd
waarin wij
zij aan zij
lijn aan lijn
niet oneindig evenwijdig zouden zijn.


 (cyclus ‘Drink met mij, Keramos’ -  liefde – bij ‘2 L I N E S’)  



4.


 Twin flame


Bij zonsondergang
zou dat verwoestend brandend vuur
jouw vlam spiegelen aan de mijne.
Geketend aan de rotsen,
gebonden door het lot,
zou ze even snel verdwijnen.

In schemering van vroege nacht
zijn wij eeuwig
gescheiden
lijnen.


(cyclus ‘Drink met mij, Keramos’ -  verlies van liefde – bij ‘2 lignes 2019 (close up)’ )
 




 5.




Mijn existentie relatief
Mijn triviaal bestaan
In die korte tijd
kies ik zelf
waar mijn littekens gaan staan.


 (cyclus ‘Drink met mij, Keramos’ -  existentie  – bij ‘Drawing of 2 lines. Fired’)



6.


Stilte vult leegte
oorverdovend luid.
Op limiet van licht en schaduw,
daar zit jij,
ten voeten uit.


Woordeloos ets ik
jouw stenen lijnen neer.
Vereeuwigd als Venus,
geen heimwee meer, naar

de adem van jouw zucht gevangen op het glas
en hoe mijn woord,
geschilderd op jouw huid,
je laatste liefde was.


(cyclus ‘Drink met mij, Keramos’ -  stilte – bij ‘SILENCE’)

  


7.


Hier.
Twee meter dieper,
waar ik klei geschonken werd,
leg ik je nu neer.
Laat mij je maar bedelven onder zwarte aarde
vanuit mijn gekwetste hand.
De rouwband draag ik voortaan
met me mee in het zwart onder
mijn nagelrand.

 
(cyclus ‘Drink met mij, Keramos’ -  dood – bij ‘One line’)