dinsdag 26 juni 2012

4 p.m. Bleecker St.

Vorige week speelde zich het volgende tafereel af:
Ik zit op een terrasje met een blik vol ongeloof en vertwijfeling te luisteren naar een redevoering van een vriendin die naar eigen zeggen haar kosmische zelf heeft ontdekt. Haar parabel gaat over universele zelfontplooiing, maya-ruïnes, loslaten van het ego, het pad dat haar tegemoet kwam, helende kruiden, mediacomplotten, reïncarnatie, Big Brotherpraktijken van de farmaceutische industrie, chemische additieven, mindcontrol, marihuana, meditatie, cosmopolitisme en de terugkeer naar de natuur.
Ik merk al snel dat het geen zin heeft te proberen om haar te overtuigen van een andere waarheid, maar ik kan het niet helpen te bedenken dat haar Latijns-Amerikaanse resurrectie pijnlijk naïef aanvoelt. Ze is letterlijk in een andere realiteit verzeild geraakt. Voor haar: 'eindelijk op het pad' geraakt, voor mij: 'het spoor helemaal bijster'. Het enige antwoord dat ik haar kan geven is dat de mens zijn natuurlijke zelf al lang kwijt is en dat we na eeuwen culturele selectie hebben geleerd dat overleven niet meer afhangt van geneeskrachtige bloemen en onbehandeld voedsel, maar wel van vitaminepreparaten, antibiotica en bewaarmiddelen. We worden steeds ouder en steeds opnieuw zorgt de beschaving voor nieuwe levensverlengende antwoorden.  Het bevestigt voor haar enkel de waarde van haar hervonden puurheid,...en als ze dit nu leest; ik hoop dat ze nog niet van gedachte is veranderd!

Haar allegorie van het ultieme leven heeft sindsdien uiteraard nog steeds geen voet aan grond gekregen in mijn cynische kijk op wat het leven is of zou moeten zijn, maar hetgeen me tot op vandaag zo fascineert is dat alles wat zij vertelde deel uitmaakt van haar realiteit. Er zijn er dus meerdere. Want geen enkel van de elementen die voor haar de kern van het bestaan uitmaken, speelt ook maar enige rol van betekenis in de mijne. De enige conclusie moet dan zijn: de realiteit bestaat niet. Ieder van ons creëert zijn eigen realiteit. Een vreemde paradox. Zintuiglijk is dat trouwens nog te verklaren; alle geluiden, beelden, geuren, ... die samen onze realiteit bij elkaar puzzelen, zijn uiteindelijk niet meer dan neurologische realisaties die zich onder onze hersenpan afspelen. Wat echt is, is echt ... in ons hoofd. "It's all in the mind." dixit George Harrison. Dus het hoeft geen betoog dat alles wat we ons inbeelden; abstracta als liefde en haat, verbondenheid en afkeer, geborgenheid en eenzaamheid, allen fictieve emoties zijn die voor iedereen een aparte realiteit zijn. En net omtrent die realiteit bouwen we ons sociaal netwerk, onze beroepskeuzes, onze woonplaats, ... op.

En nu zat ik vanmiddag op de fiets, op weg naar het station, de zon schijnt en om een nog onverklaarbare reden ben ik goed gezind. Liam Gallagher zingt luidkeels, zoals alleen hij dat kan: "You could wait for a lifetime, to spend your days in the sunshine, ... cause when it comes on top... You gotta make it happen!" Ik weet heel goed dat mijn 'days in the sunshine' enkel deel uitmaken van mijn realiteit, en dat ze er weldra aan komen. Ergens aan de andere kant van de wereld; niet in lotushouding in een tempelruïne, wel met een zonnebril, een plastic take-away koffiebeker, nieuwe sneakers en een agressief t-shirt, slenterend door Bleecker Street. You gotta make it happen!

donderdag 21 juni 2012

4O jaar later

Many's, the time I've been mistaken
And many times confused
Yes, and I've often felt forsaken
And certainly misused
But I'm all right, I'm all right
I'm just weary to my bones
Still, you don't expect to be
Bright and bon vivant
So far away from home, so far away from home

And I don't know a soul who's not been battered
I don't have a friend who feels at ease
I don't know a dream that's not been shattered
or driven to its knees
But it's all right, it's all right
We've lived so well so long
Still, when I think of the road
we're traveling on
I wonder what went wrong
I can't help it, I wonder what went wrong

And I dreamed I was dying
And I dreamed that my soul rose unexpectedly
And looking back down at me
Smiled reassunngly
And I dreamed I was flying
And high up above my eyes could clearly see
The Statue of Liberty
Sailing away to sea
And I dreamed I was flying

We come on the ship they call the Mayflower
We come on the ship that sailed the moon
We come in the age's most uncertain hour
and sing an American tune
But it's all right, it's all right
You can't be forever blessed
Still, tomorrow's going to be another working day
And I'm trying to get some rest

...
That's all I'm trying to get some rest


(P.Simon - 1972)

zondag 3 juni 2012

The truth about cats and dogs

Ik zit voor de zoveelste keer in de wachtkamer bij de dierenarts. De poot van onze kat is langzaam maar zeker weer aan elkaar aan het groeien. Wachtkamers maken me altijd zenuwachtig. Vooral als ze een (para-)medisch doel hebben. Mijn intrinsieke ongeduld helpt uiteraard niet in dit soort situaties. Nu goed...
Als ik binnenwandel zitten er al twee dames met hun respectievelijke viervoeters te wachten. Ze zijn druk aan het babbelen. De ene mevrouw verwoordt haar ongerustheid over het lot van haar kat. Wat zou ze graag een hond hebben, een labrador net zoals haar gesprekspartner. "Gelukkig wordt een kat heel oud,", zegt ze, "want ik wil geen kinderen." Ik kijk verbaasd op over de rand van het magazine wat ik aan het lezen ben. "En hoe oud worden ze dan?", vraagt de andere mevrouw beleefd. "Goh,... heeel oud.", klinkt het antwoord. Ik probeer een grijns te onderdrukken en doe alsof ik verderlees. De kattendame wordt verzocht om als volgende binnen te gaan. De labradormevrouw kijkt in mijn richting maar ik weiger het gesprek over te nemen.
Dan komt er een nieuwe mevrouw binnen, zonder dier. "Ik kom gewoon even mijn pilletjes halen, mag ik snel even tussendoor?" Beleefd knik ik. "Waar heeft u precies last van?", wil ik eigenlijk vragen...

De wachtkamer loopt nu snel vol. De labradormevrouw wordt aangesproken door een andere mevrouw met een salopette, sandalen en een grote bos krulhaar. "Hoe heet ze?", vraagt ze bijzonder genderzelfzeker. "Maya", antwoord mevrouw Labrador. "Geen wonder dat ze zich slecht voelt, het is 2012.", loopt er door mijn hoofd. Ik doe geen moeite, ze zouden de woordspeling toch niet begrijpen en mevrouw Labrador lijkt oprecht bezorgd over Maya. Mevrouw Salopette gaat verder: "Je ziet dat ze oud worden als het wit van hun ogen grijs wordt. Maar ze heeft nog een mooie vacht." Mevrouw Labrador antwoordt: "Het is nu vooral haar spijsvertering." Ze aait over de flank van het dier. Maya is oud en aan haar aftakeling begonnen, en haar baasje heeft het er zichtbaar moeilijk mee.
"De boedhisten,", begint Salopette, "de boedhisten zeggen daar heel wijze dingen over." Het magazine ploft neer in mijn schoot. Ik kijk rond in de wachtkamer. Is er niemand anders die heeft opgemerkt dat Salopette een spirituele eindreis voor Maya op touw zet? "Elk leven is de verderzetting van een cyclus van leven, die zo nooit eindigt." knikt ze naar Labrador. Labrador knikt verward en komt niet verder dan... "Tja..." Ik ben blij over haar sceptisme.

Dan buigt ze zich naar Salopette en zegt: "Ik ben beeldhouwster." Het magazine gaat nu definitief aan de kant. "En ik heb net een sculptuur afgewerkt over loslaten en vergankelijkheid." Salopette is dolenthousiast. "Dood en vergankelijkheid loopt door verschillende stadia,", vertelt Labrador, "die ik elk apart heb vormgegeven en zo samen een geheel laat vormen." Salopette knikt enthousiast. Dan zwiept de deur van de dierenarts open. Het is de beurt aan Maya. Mevrouw Labrador staat op en knikt naar haar trouwe gezel. Ze stapt zelfzeker naar de deur, maar Maya denkt daar anders over. Ze legt zich plat op de buik, vier poten naar voren gericht. Ze weet wat er gaat komen. Labrador lacht ongemakkelijk, en trekt iets steviger aan de leiband, maar Maya heeft geen zin in een doktervisite. De wachtkamer verdeelt zich in een groep lachers die de humor van de situatie inziet, en de echte dierenvrienden die met het hoofd schuin ontroerd naar de angst van de hond zitten te kijken. De dierenarts kijkt verward naar het tafereel en zoekt oogcontact. "Die van mij wil wél binnenkomen!", beantwoord ik haar blik. Maar ondertussen wordt Maya binnengesleurd. Bang voor wat er gaat komen? Helemaal niet... Ze is enkel doodbeschaamd over hoe haar baasje een kunstwerk heeft gemaakt omdat Maya diarree heeft gekregen. Hoe zou je zelf zijn...

vrijdag 25 mei 2012

You talkin' to me?


"Listen, you fuckers, you screwheads. Here is a man who would not take it anymore. A man who stood up against the scum, the cunts, the dogs, the filth, the shit. Here is a man who stood up." (Taxi Driver - 1976)

Dixit Travis Bickle, het personage dat Robert de Niro iconisch neerzette in Taxi Driver van Martin Scorsese in 1976. De gedesillusioneerde veteraan die besluit om zelf het heft in handen te nemen, wanneer hij geconfronteerd wordt met de waarden- en normenloze maatschappij die hem omringt. Het is beklijvend om te zien hoe langzaam, maar onafwendbaar zijn transformatie zich voltrekt.
"He's a prophet and a pusher, partly truth, partly fiction. A walking contradiction." (Taxi Driver - 1976)

Hoewel de metamorfose van Travis uitmondt in geweld en moord, is ze toch pijnlijk herkenbaar. Elke dag worden we geconfronteerd met mensen die enkel bijdragen aan een frustratie waarvan het onvoorspelbaar moment van uitbarsten steeds dichterbij komt. We leven in een maatschappij waarin de dictatuur van de middelmatigheid zo veel mensen hersendood heeft gemaakt dat we iedereen die getuigt van een inferieure socialisatie, toch zo maar zijn gang laten gaan. Onze samenleving is nu zo oppervlakkig dat iedereen die ten gronde kritiek wil uiten, wordt afgeschreven als een verzuurde cultuurpessimist. En hoe meer we ons in die new-age neo-libertijnse idealen wentelen, hoe krachtdadiger de catharsis zal zijn. Nu de VTM-generatie is ingehaald door de VT4-generatie is elke notie van legitimiteit van de ratio overboord gekieperd door de nieuwe huismeesters; de legitimiteit van het laissez-faire. Als ondergecultiveerde soortgenoten op tv willen komen, laat ze dan toch. Als mensen van onderontwikkeld intellect aandacht opeisen, laat ze dan toch. Als pubers zich willen manifesteren zonder aansprakelijkheid, laat ze dan toch.
Ik voorspel dat er een nieuwe Travis Bickle zal komen. Ik heb hem al beschreven in mijn manuscript. De Profeet die zelf het heft in handen neemt. Sneller dan iemand zal vermoeden, zal de realiteit de fictie inhalen. Deze muiterij van de onwetendheid zal aan een razende snelheid op haar executeur inlopen.

"Someday a real rain will come and wash all this scum off the streets." (Taxi Driver - 1976)

Ikzelf ben niet uit het juiste hout gesneden om protagonist te worden op dezelfde wijze dat Travis Bickle dat deed. Ik ben nog net niet gek genoeg om in navolging van fictieve personages een martelaar te worden voor mijn zelfuitgeroepen noodzaak. Ik heb mezelf nog geen strijdkapsel aangemeten zoals Travis dat deed.Dat maakt de confrontatie elke dag zo pijnlijk. Jezelf moeten isoleren van de steeds sneller draaiende chaos van oppervlakkigheid. En geen antwoorden kennen.
Iemand voor wie ik ontzettend veel respect heb, zei me onlangs; "Ik weiger te geloven dat we er als mens alleen voor staan". Ik heb er lang over nagedacht en ik voel me eenzamer dan ooit. En abstracta als vriendschap en vertrouwen zijn uiteindelijk slechts woorden. Er is nog één iemand die me mijn demonen gunt, en daar ben ik haar dagelijks dankbaar voor. Dankzij haar hoor ik Travis voorlopig enkel fluisteren: 

"Let me tell you something. You're in a hell, and you're gonna die in a hell, just like the rest of 'em!" (Taxi Driver - 1976) 


zondag 6 mei 2012

Kangoeroe in een kinderwagen

"Wanneer God vertrekt, blijft enkel de weemoed". Ik zit te kijken naar een mediadebat in een duidingsprogramma. De tafelgasten werpen hun licht op de resultaten van een onderzoek dat ons vertelt hoe het is gesteld met de fysieke en mentale gezondheid van onze jeugd. De fixatie van de jongeren op alles wat materieel is, en hun ongezonde relatie met hun lichaam, is te wijten, volgens de intellectuelen die aan het gesprek deelnemen, aan het gebrek van metafysica in onze moderne maatschappij. Alles is vandaag gericht op het fysische; ons lichaam moet beantwoorden aan vooropgestelde normen, ons fatsoen wordt afgemeten in materiële maten, onze waarde is af te lezen in koopkracht, etc. ... Hoe langer het gesprek loopt, hoe meer ik het eens wordt met de theorie van het cultuurpessimisme. We zijn 'niet goed bezig' en de 'jeugd van tegenwoordig' doet ons niet vermoeden dat onze samenleving zich nieuwe idealen aan het aanmeten is.
Het gesprek gaat verder dat onze seculiere maatschappij reddeloos is achtergebleven na het verplichte vertrek van de Kerk en het geloof in het algemeen. "Wanneer God vertrekt...". Eeuwenlang werd de samenleving gestuurd en gecontroleerd door een waardensysteem dat religieus werd afgedwongen. Nu dat waardensysteem zijn legitimiteit is verloren, moeten we op zoek naar een nieuw normenstelsel. Maar wie heeft de authoriteit om dat voor te schrijven?

Eén van de opties die geopperd werden in het tv-gesprek was dat de samenleving zichzelf zal reguleren in kleine gemeenschappen: de wijken. In elke wijk creëren de inwoners zelf wat ze dulden en wat ze sociaal bestraffen. Een gevaarlijk alternatief als je 't mij vraagt. Ten eerste is 'de wijk' een territoriaal ingedeelde bevolkingsgroep. Een arbitrair samengestelde groep mensen, die enkel met elkaar zijn verbonden omwille van de coördinaten van hun woonst. Een fout uitgangspunt om een cultureel waardenpatroon te delen.
Optie twee die vooruitgeschoven werd, is dat de Universele Rechten van de Mens, als een nieuw soort stenen tafel met absolute waarden worden gepredikt. Maar hier merken we net de omgekeerde reden om authoriteit te ontbreken. Deze rechten zijn mondiaal afgekondigd en dus te weinig concreet om elke aparte samenleving te voorzien van een hanteerbaar normenstelsel. Aangezien de wereldmaatschappij een nooit te realiseren science-fiction zal blijven.

In mijn dagelijkse onderwijspraktijk wordt dit gebrek aan metafysica inderdaad elke dag bevestigd. De jongeren roepen luidkeels iedereen ter verantwoording die niet voldoet aan 'hun' ideaal. Zelfkritiek is helemaal verdwenen, zij vrezen niet langer het vagevuur. Wie heeft er het recht om hen te bekritiseren? Woord en weerwoord zijn niet langer gebonden aan respect en ancienniteit, maar aan individualiteit en vrijheid. De oppervlakkigheid van hun 'waarden' ontgaat hen volledig. En ze worden op hun wenken bediend door uitlachtelevisie, hiphopcultuur, gsm-communicatie en tienermode. Dit zijn de ouders die een volgende generatie zullen moeten socialiseren; zonder verbondenheid, zonder idealen en jammer genoeg zonder angst.

Ik onderteken met veel overtuiging het cultuurpessimisme. Enkele dagen geleden zag ik in een Louis Theroux documentaire een vrouw een kinderwagen voortduwen met daarin een kangoeroe. Toegegeven, de mevrouw was Amerikaanse, een valide verzachtende omstandigheid, maar ze is tevens het uithangbord van hoe zeer we op drift zijn. Ik ga werk maken van het 'nieuwste' testament. Met een nieuw stel geboden. "Gij zult geen kangoeroes voor kinderen nemen.", haalt het lijstje alvast!

donderdag 26 april 2012

Through the Looking Glass

Ik schets even de situatie; ik stap af van een spitsuurtrein, op een overvol perron. Iedereen stroomt mee in de vormeloze massa. Eerst trappen af en dan weer trappen op. De regie besluit om "Club Foot" te beginnen op mijn mp3-speler. Prima keuze. Scherpe deun, tikkeltje agressief, prima om je niet te laten wegduwen tussen het gewoel. En dan verschijnt in één shot het volgende: op een buitenmuur aan het station heeft iemand in ruwe zwarte graffiti "Save your self" aangebracht en amper vijf meter verderop staan twee fluo-oranje rode-kruismedewerkers stickers te verkopen. De ultieme contradictie tovert spontaan een glimlach op mijn gezicht. Ze hebben niet meteen de ideale plek uitgekozen om hun altruïstisch werkje te doen. Want iedereen die stof tot nadenken ziet in de cynische hierogliefen, zal niet snel geneigd zijn om de portemonnee uit halen om wat zelfklevende stripfiguurtjes te kopen. Nu moet ik wel toegeven dat ik zelfs zonder de muurboodschap star was doorgelopen aan de brave fluovrijwilligers.
Ik had eerder deze week al een discussie nadat ik met een zelfde menslievendheid wat verwensingen had geformuleerd in de richting van een straatmuzikant die het 'praatcafé' waarin ik me bevond, was binnengewandeld. Ongehoord als je het mij vraagt. Hoe haal je het in je hoofd om de weinige momenten van rust en gezelligheid die mensen nog vinden, te gaan verstoren door met een koperen viool de lucht stuk te snijden. Je zou van minder agressief worden. En dan met zo'n zelfvoldane glimlach in een uitgewassen koffiebekertje om kleingeld komen schooien, alsof je net een wereldprestatie hebt geleverd. Mijn gezelschap verzekerde me dat die man dat zeker ook niet voor zijn plezier doet, en dat hij tenminste een inspanning leverde in ruil voor het geld dat hij vroeg. Een "inspanning" is een zwaar overstatement als het gaat om een auditieve aanval op iemands bloeddruk, als je 't mij vraagt. Maar goed, terug naar het station...

Het meest opmerkelijke aan de overigens voor de rest weinig artistieke graffitiwerkje was het feit dat de 'artist' had geopteerd voor "Save your self" en niet voor "Save yourself". Vooraleer ik hem tot filosofisch genie uitroep wil ik de meer plausibele these poneren dat, gezien deze spreuk geschreven stond aan het station van mijn thuisstad, de jongeman heel waarschijnlijk een onderwijsdeficit heeft geleden en niet heeft beseft welke cruciale overpeinzing hij heeft gecreëerd. Hij moedigt ons niet aan met "Red uzelf", maar "Red uw Zelf". Dat vraagt uiteraard om wat contemplatie.
Red uw Zelf. Het lijkt een postmoderne waarschuwing voor de allesomvattende consumptiecultuur, waarin elke vorm van individualiteit de duimen moet leggen voor het commercieel interessantere uniforme conformisme. Maar mijn eerste vraag was uiteraard: Wat is mijn Zelf? Wie is mijn Zelf? Heb ik een Zelf? Heb ik er meer dan één? Niet eenvoudig!
In de eerste plaats was me duidelijk dat niet mijn identiteit het probleem levert. Voor wie ik liefheb wil ik heten. Mijn naam ligt al meer dan dertig jaar officieel opgeschreven. Mijn zelf is ook niet de persoon die ik volgens anderen ben. In ieders perceptie ben ik telkens iemand nieuw. Iedereen bouwt zijn wereld op met mensen die hij zelf vormgeeft. Ik ben iemands broer, iemands man, iemands vriend, iemands zoon, iemands collega,...omdat zij dat vinden. "L'enfer c'est les autres".
Mijn zelf zou de essentie moeten zijn van mijn persoon, de kern van mijn zijn. Mijn zelf is het adjectief dat ik mezelf toeschrijf. Hoewel dat opnieuw een perceptie is, eentje van binnenuit dan wel. "Red je Zelf". Wat kan je kwijtraken dan? 
 
Ik heb mezelf al vele namen gegeven. Net omdat het me zinloos lijkt om jezelf in één entiteit te willen definiëren. Al die personen samen maken een deel uit van wie ik echt ben. Minuut13, The New York Cat, Jazz Renard, The Studio, Mr. Cheshire, Reinaert, the Mad Hatter, John Steed, Travis Bickle, de Profeet, ... zij zijn allemaal ik en ik ben hen allemaal. In de virtuele wereld hebben ze elk hun realiteit gekregen als Alice in Wonderland. Ze omringen zich elk met hun eigen moraal in een zelfgeschapen wereld, waarvan de deur wagenwijd openstaat. Kom gerust eens langs...

vrijdag 6 april 2012

Koffie en schuimgebak

Waar houden we ons toch zo aan vast?
De afgelopen dagen ben ik ontzettend vaak geconfronteerd met die vreemde behoefte die mensen hebben om zich vast te houden aan iets of iemand. Dan bedoel niet het fysiek omarmen, maar de onzichtbare, ingebeelde band die we menen te moeten voorzien met figuren rondom ons.

Het begon allemaal toen ik deze week de legendarische Sonia Barend haar verhaal zag doen op tv. Nu ze sinds een lange periode van het scherm is verdwenen, heeft een documentairemaker de toestemming gekregen om haar 'verhaal' in beeld te brengen. In dat, wat moet heten, aangrijpend portret biecht ze op dat alles wat ze in haar leven heeft betracht te bereiken, steeds in teken stond van de strijd om de waardering van de vader die ze nooit gekend heeft. De arme man stierf in Auschwitz en zag zijn kleine dochtertje nooit. Een onzichtbare figuur die haar vanop één enkele foto, haar hele leven lang, heeft in de gaten gehouden. 
Gegijzeld door een verleden waar ze geen deel van uitmaakte. En daar ben ik nog steeds niet uit. Hoe kan je je ene leven dat je krijgt, zo ten dienste stellen van een schim, een zucht uit het verleden? 
Vasthouden, noem ik dat. Het viel me dan ook zwaar, dat goede oude Sonja wat verderop in het programma een lans brak voor links Nederland, door Geert Wilders te beschrijven als iets 'onbegrijpelijks', terwijl die volgens mij, in sé, hetzelfde doet als zij: vasthouden aan wat we bang zijn te verliezen. 

Het deed me uiteraard nadenken over mijn eigen route in mijn overigens zeer bescheiden levenswandel. Al snel kwam ik tot de conclusie dat vele van mijn recente ergernissen over mensen in mijn directe omgeving op datzelfde neerkomen: mensen die zich wanhopig proberen vast te klampen aan iets. Mensen die proberen om zich op te dringen in de levens van anderen om toch maar door iemand een rol van betekenis te krijgen toegeschreven, zodat ze zich daaraan kunnen vasthouden. Mensen die zo alleen zijn dat ze het niet meer beseffen en zich omringen met een benauwend gevoel van 'samenzijn' om de leegte in hun eigen leven niet te moeten zien en in hun wanhoop net mensen van zich wegduwen omdat ze in een soort van egocentrisch universum de controle willen houden over een fictieve realiteit van koffie en schuimgebak.

Door omstandigheden kwam er dan nog eens bij dat ik gedwongen werd om na te denken in hoeverre ik zal verankerd zijn in de wereld waarin ik zal hebben geleefd. En daaruit volgde de existentiële vraag: 

"Is het wel nodig om verbonden te zijn met andere mensen?" 

Op grote schaal, bedoel ik dan: verbonden met stamvaders en grootouders? Verbonden met de mensen van wie je een genetisch product bent? Verbonden met generaties die zullen volgen lang nadat je weg bent? Verbonden met de natie waarin je leefde? Verbonden met mensen die hun primaire behoeftes op dezelfde werkplaats als jij proberen te vervullen?
Rationeel gezien is het antwoord eenvoudig: "Tuurlijk niet." En toch lijkt het de voornaamste bezigheid van onze generatie. Het befaamde sociale netwerk en liefst in combinatie met het huisje, tuintje, boompje, kindje, pampertje, pretparkbezoekje, hondje, katje, goudvisje, echtscheidingetje, koffie en schuimgebak.

Ik droom ervan om weg te gaan. Écht weg te gaan. Wat houdt ons hier? Deze zomer ga ik op verkenning en als ik een leuke plek vind,... zeg me nu eens heel eerlijk: waarom zouden we ons dan moeten vasthouden? Voorlopig doe ik nog wel even mee, maandag komen de jongens van't werk allemaal op bezoek, dat wordt sowieso gezellig! Morgen nog wat inkopen gaan doen... Geen koffie en schuimgebak! Wijn en leuke hapjes!