vrijdag 25 mei 2012

You talkin' to me?


"Listen, you fuckers, you screwheads. Here is a man who would not take it anymore. A man who stood up against the scum, the cunts, the dogs, the filth, the shit. Here is a man who stood up." (Taxi Driver - 1976)

Dixit Travis Bickle, het personage dat Robert de Niro iconisch neerzette in Taxi Driver van Martin Scorsese in 1976. De gedesillusioneerde veteraan die besluit om zelf het heft in handen te nemen, wanneer hij geconfronteerd wordt met de waarden- en normenloze maatschappij die hem omringt. Het is beklijvend om te zien hoe langzaam, maar onafwendbaar zijn transformatie zich voltrekt.
"He's a prophet and a pusher, partly truth, partly fiction. A walking contradiction." (Taxi Driver - 1976)

Hoewel de metamorfose van Travis uitmondt in geweld en moord, is ze toch pijnlijk herkenbaar. Elke dag worden we geconfronteerd met mensen die enkel bijdragen aan een frustratie waarvan het onvoorspelbaar moment van uitbarsten steeds dichterbij komt. We leven in een maatschappij waarin de dictatuur van de middelmatigheid zo veel mensen hersendood heeft gemaakt dat we iedereen die getuigt van een inferieure socialisatie, toch zo maar zijn gang laten gaan. Onze samenleving is nu zo oppervlakkig dat iedereen die ten gronde kritiek wil uiten, wordt afgeschreven als een verzuurde cultuurpessimist. En hoe meer we ons in die new-age neo-libertijnse idealen wentelen, hoe krachtdadiger de catharsis zal zijn. Nu de VTM-generatie is ingehaald door de VT4-generatie is elke notie van legitimiteit van de ratio overboord gekieperd door de nieuwe huismeesters; de legitimiteit van het laissez-faire. Als ondergecultiveerde soortgenoten op tv willen komen, laat ze dan toch. Als mensen van onderontwikkeld intellect aandacht opeisen, laat ze dan toch. Als pubers zich willen manifesteren zonder aansprakelijkheid, laat ze dan toch.
Ik voorspel dat er een nieuwe Travis Bickle zal komen. Ik heb hem al beschreven in mijn manuscript. De Profeet die zelf het heft in handen neemt. Sneller dan iemand zal vermoeden, zal de realiteit de fictie inhalen. Deze muiterij van de onwetendheid zal aan een razende snelheid op haar executeur inlopen.

"Someday a real rain will come and wash all this scum off the streets." (Taxi Driver - 1976)

Ikzelf ben niet uit het juiste hout gesneden om protagonist te worden op dezelfde wijze dat Travis Bickle dat deed. Ik ben nog net niet gek genoeg om in navolging van fictieve personages een martelaar te worden voor mijn zelfuitgeroepen noodzaak. Ik heb mezelf nog geen strijdkapsel aangemeten zoals Travis dat deed.Dat maakt de confrontatie elke dag zo pijnlijk. Jezelf moeten isoleren van de steeds sneller draaiende chaos van oppervlakkigheid. En geen antwoorden kennen.
Iemand voor wie ik ontzettend veel respect heb, zei me onlangs; "Ik weiger te geloven dat we er als mens alleen voor staan". Ik heb er lang over nagedacht en ik voel me eenzamer dan ooit. En abstracta als vriendschap en vertrouwen zijn uiteindelijk slechts woorden. Er is nog één iemand die me mijn demonen gunt, en daar ben ik haar dagelijks dankbaar voor. Dankzij haar hoor ik Travis voorlopig enkel fluisteren: 

"Let me tell you something. You're in a hell, and you're gonna die in a hell, just like the rest of 'em!" (Taxi Driver - 1976) 


zondag 6 mei 2012

Kangoeroe in een kinderwagen

"Wanneer God vertrekt, blijft enkel de weemoed". Ik zit te kijken naar een mediadebat in een duidingsprogramma. De tafelgasten werpen hun licht op de resultaten van een onderzoek dat ons vertelt hoe het is gesteld met de fysieke en mentale gezondheid van onze jeugd. De fixatie van de jongeren op alles wat materieel is, en hun ongezonde relatie met hun lichaam, is te wijten, volgens de intellectuelen die aan het gesprek deelnemen, aan het gebrek van metafysica in onze moderne maatschappij. Alles is vandaag gericht op het fysische; ons lichaam moet beantwoorden aan vooropgestelde normen, ons fatsoen wordt afgemeten in materiële maten, onze waarde is af te lezen in koopkracht, etc. ... Hoe langer het gesprek loopt, hoe meer ik het eens wordt met de theorie van het cultuurpessimisme. We zijn 'niet goed bezig' en de 'jeugd van tegenwoordig' doet ons niet vermoeden dat onze samenleving zich nieuwe idealen aan het aanmeten is.
Het gesprek gaat verder dat onze seculiere maatschappij reddeloos is achtergebleven na het verplichte vertrek van de Kerk en het geloof in het algemeen. "Wanneer God vertrekt...". Eeuwenlang werd de samenleving gestuurd en gecontroleerd door een waardensysteem dat religieus werd afgedwongen. Nu dat waardensysteem zijn legitimiteit is verloren, moeten we op zoek naar een nieuw normenstelsel. Maar wie heeft de authoriteit om dat voor te schrijven?

Eén van de opties die geopperd werden in het tv-gesprek was dat de samenleving zichzelf zal reguleren in kleine gemeenschappen: de wijken. In elke wijk creëren de inwoners zelf wat ze dulden en wat ze sociaal bestraffen. Een gevaarlijk alternatief als je 't mij vraagt. Ten eerste is 'de wijk' een territoriaal ingedeelde bevolkingsgroep. Een arbitrair samengestelde groep mensen, die enkel met elkaar zijn verbonden omwille van de coördinaten van hun woonst. Een fout uitgangspunt om een cultureel waardenpatroon te delen.
Optie twee die vooruitgeschoven werd, is dat de Universele Rechten van de Mens, als een nieuw soort stenen tafel met absolute waarden worden gepredikt. Maar hier merken we net de omgekeerde reden om authoriteit te ontbreken. Deze rechten zijn mondiaal afgekondigd en dus te weinig concreet om elke aparte samenleving te voorzien van een hanteerbaar normenstelsel. Aangezien de wereldmaatschappij een nooit te realiseren science-fiction zal blijven.

In mijn dagelijkse onderwijspraktijk wordt dit gebrek aan metafysica inderdaad elke dag bevestigd. De jongeren roepen luidkeels iedereen ter verantwoording die niet voldoet aan 'hun' ideaal. Zelfkritiek is helemaal verdwenen, zij vrezen niet langer het vagevuur. Wie heeft er het recht om hen te bekritiseren? Woord en weerwoord zijn niet langer gebonden aan respect en ancienniteit, maar aan individualiteit en vrijheid. De oppervlakkigheid van hun 'waarden' ontgaat hen volledig. En ze worden op hun wenken bediend door uitlachtelevisie, hiphopcultuur, gsm-communicatie en tienermode. Dit zijn de ouders die een volgende generatie zullen moeten socialiseren; zonder verbondenheid, zonder idealen en jammer genoeg zonder angst.

Ik onderteken met veel overtuiging het cultuurpessimisme. Enkele dagen geleden zag ik in een Louis Theroux documentaire een vrouw een kinderwagen voortduwen met daarin een kangoeroe. Toegegeven, de mevrouw was Amerikaanse, een valide verzachtende omstandigheid, maar ze is tevens het uithangbord van hoe zeer we op drift zijn. Ik ga werk maken van het 'nieuwste' testament. Met een nieuw stel geboden. "Gij zult geen kangoeroes voor kinderen nemen.", haalt het lijstje alvast!

donderdag 26 april 2012

Through the Looking Glass

Ik schets even de situatie; ik stap af van een spitsuurtrein, op een overvol perron. Iedereen stroomt mee in de vormeloze massa. Eerst trappen af en dan weer trappen op. De regie besluit om "Club Foot" te beginnen op mijn mp3-speler. Prima keuze. Scherpe deun, tikkeltje agressief, prima om je niet te laten wegduwen tussen het gewoel. En dan verschijnt in één shot het volgende: op een buitenmuur aan het station heeft iemand in ruwe zwarte graffiti "Save your self" aangebracht en amper vijf meter verderop staan twee fluo-oranje rode-kruismedewerkers stickers te verkopen. De ultieme contradictie tovert spontaan een glimlach op mijn gezicht. Ze hebben niet meteen de ideale plek uitgekozen om hun altruïstisch werkje te doen. Want iedereen die stof tot nadenken ziet in de cynische hierogliefen, zal niet snel geneigd zijn om de portemonnee uit halen om wat zelfklevende stripfiguurtjes te kopen. Nu moet ik wel toegeven dat ik zelfs zonder de muurboodschap star was doorgelopen aan de brave fluovrijwilligers.
Ik had eerder deze week al een discussie nadat ik met een zelfde menslievendheid wat verwensingen had geformuleerd in de richting van een straatmuzikant die het 'praatcafé' waarin ik me bevond, was binnengewandeld. Ongehoord als je het mij vraagt. Hoe haal je het in je hoofd om de weinige momenten van rust en gezelligheid die mensen nog vinden, te gaan verstoren door met een koperen viool de lucht stuk te snijden. Je zou van minder agressief worden. En dan met zo'n zelfvoldane glimlach in een uitgewassen koffiebekertje om kleingeld komen schooien, alsof je net een wereldprestatie hebt geleverd. Mijn gezelschap verzekerde me dat die man dat zeker ook niet voor zijn plezier doet, en dat hij tenminste een inspanning leverde in ruil voor het geld dat hij vroeg. Een "inspanning" is een zwaar overstatement als het gaat om een auditieve aanval op iemands bloeddruk, als je 't mij vraagt. Maar goed, terug naar het station...

Het meest opmerkelijke aan de overigens voor de rest weinig artistieke graffitiwerkje was het feit dat de 'artist' had geopteerd voor "Save your self" en niet voor "Save yourself". Vooraleer ik hem tot filosofisch genie uitroep wil ik de meer plausibele these poneren dat, gezien deze spreuk geschreven stond aan het station van mijn thuisstad, de jongeman heel waarschijnlijk een onderwijsdeficit heeft geleden en niet heeft beseft welke cruciale overpeinzing hij heeft gecreëerd. Hij moedigt ons niet aan met "Red uzelf", maar "Red uw Zelf". Dat vraagt uiteraard om wat contemplatie.
Red uw Zelf. Het lijkt een postmoderne waarschuwing voor de allesomvattende consumptiecultuur, waarin elke vorm van individualiteit de duimen moet leggen voor het commercieel interessantere uniforme conformisme. Maar mijn eerste vraag was uiteraard: Wat is mijn Zelf? Wie is mijn Zelf? Heb ik een Zelf? Heb ik er meer dan één? Niet eenvoudig!
In de eerste plaats was me duidelijk dat niet mijn identiteit het probleem levert. Voor wie ik liefheb wil ik heten. Mijn naam ligt al meer dan dertig jaar officieel opgeschreven. Mijn zelf is ook niet de persoon die ik volgens anderen ben. In ieders perceptie ben ik telkens iemand nieuw. Iedereen bouwt zijn wereld op met mensen die hij zelf vormgeeft. Ik ben iemands broer, iemands man, iemands vriend, iemands zoon, iemands collega,...omdat zij dat vinden. "L'enfer c'est les autres".
Mijn zelf zou de essentie moeten zijn van mijn persoon, de kern van mijn zijn. Mijn zelf is het adjectief dat ik mezelf toeschrijf. Hoewel dat opnieuw een perceptie is, eentje van binnenuit dan wel. "Red je Zelf". Wat kan je kwijtraken dan? 
 
Ik heb mezelf al vele namen gegeven. Net omdat het me zinloos lijkt om jezelf in één entiteit te willen definiëren. Al die personen samen maken een deel uit van wie ik echt ben. Minuut13, The New York Cat, Jazz Renard, The Studio, Mr. Cheshire, Reinaert, the Mad Hatter, John Steed, Travis Bickle, de Profeet, ... zij zijn allemaal ik en ik ben hen allemaal. In de virtuele wereld hebben ze elk hun realiteit gekregen als Alice in Wonderland. Ze omringen zich elk met hun eigen moraal in een zelfgeschapen wereld, waarvan de deur wagenwijd openstaat. Kom gerust eens langs...

vrijdag 6 april 2012

Koffie en schuimgebak

Waar houden we ons toch zo aan vast?
De afgelopen dagen ben ik ontzettend vaak geconfronteerd met die vreemde behoefte die mensen hebben om zich vast te houden aan iets of iemand. Dan bedoel niet het fysiek omarmen, maar de onzichtbare, ingebeelde band die we menen te moeten voorzien met figuren rondom ons.

Het begon allemaal toen ik deze week de legendarische Sonia Barend haar verhaal zag doen op tv. Nu ze sinds een lange periode van het scherm is verdwenen, heeft een documentairemaker de toestemming gekregen om haar 'verhaal' in beeld te brengen. In dat, wat moet heten, aangrijpend portret biecht ze op dat alles wat ze in haar leven heeft betracht te bereiken, steeds in teken stond van de strijd om de waardering van de vader die ze nooit gekend heeft. De arme man stierf in Auschwitz en zag zijn kleine dochtertje nooit. Een onzichtbare figuur die haar vanop één enkele foto, haar hele leven lang, heeft in de gaten gehouden. 
Gegijzeld door een verleden waar ze geen deel van uitmaakte. En daar ben ik nog steeds niet uit. Hoe kan je je ene leven dat je krijgt, zo ten dienste stellen van een schim, een zucht uit het verleden? 
Vasthouden, noem ik dat. Het viel me dan ook zwaar, dat goede oude Sonja wat verderop in het programma een lans brak voor links Nederland, door Geert Wilders te beschrijven als iets 'onbegrijpelijks', terwijl die volgens mij, in sé, hetzelfde doet als zij: vasthouden aan wat we bang zijn te verliezen. 

Het deed me uiteraard nadenken over mijn eigen route in mijn overigens zeer bescheiden levenswandel. Al snel kwam ik tot de conclusie dat vele van mijn recente ergernissen over mensen in mijn directe omgeving op datzelfde neerkomen: mensen die zich wanhopig proberen vast te klampen aan iets. Mensen die proberen om zich op te dringen in de levens van anderen om toch maar door iemand een rol van betekenis te krijgen toegeschreven, zodat ze zich daaraan kunnen vasthouden. Mensen die zo alleen zijn dat ze het niet meer beseffen en zich omringen met een benauwend gevoel van 'samenzijn' om de leegte in hun eigen leven niet te moeten zien en in hun wanhoop net mensen van zich wegduwen omdat ze in een soort van egocentrisch universum de controle willen houden over een fictieve realiteit van koffie en schuimgebak.

Door omstandigheden kwam er dan nog eens bij dat ik gedwongen werd om na te denken in hoeverre ik zal verankerd zijn in de wereld waarin ik zal hebben geleefd. En daaruit volgde de existentiële vraag: 

"Is het wel nodig om verbonden te zijn met andere mensen?" 

Op grote schaal, bedoel ik dan: verbonden met stamvaders en grootouders? Verbonden met de mensen van wie je een genetisch product bent? Verbonden met generaties die zullen volgen lang nadat je weg bent? Verbonden met de natie waarin je leefde? Verbonden met mensen die hun primaire behoeftes op dezelfde werkplaats als jij proberen te vervullen?
Rationeel gezien is het antwoord eenvoudig: "Tuurlijk niet." En toch lijkt het de voornaamste bezigheid van onze generatie. Het befaamde sociale netwerk en liefst in combinatie met het huisje, tuintje, boompje, kindje, pampertje, pretparkbezoekje, hondje, katje, goudvisje, echtscheidingetje, koffie en schuimgebak.

Ik droom ervan om weg te gaan. Écht weg te gaan. Wat houdt ons hier? Deze zomer ga ik op verkenning en als ik een leuke plek vind,... zeg me nu eens heel eerlijk: waarom zouden we ons dan moeten vasthouden? Voorlopig doe ik nog wel even mee, maandag komen de jongens van't werk allemaal op bezoek, dat wordt sowieso gezellig! Morgen nog wat inkopen gaan doen... Geen koffie en schuimgebak! Wijn en leuke hapjes!


woensdag 14 maart 2012

Sierre

De zon kwam niet op vanmorgen,
en dat maakte me bang
om zó voor jou te willen zorgen,

want vandaag ben je hier nog,
maar geldt dat ook voor morgen?

Waarom moet het telkens eerst winter zijn
vooraleer het weer lente mag worden?

dinsdag 13 maart 2012

Dictators en weight-watchers

Er staan vandaag twee artikels in de krant die me een erg ongemakkelijk gevoel geven. 
Gisteren is er een man de moskee van Anderlecht binnengewandeld, heeft enkele keren "Syria" geroepen en heeft vervolgens met een bidon vol benzine de moskee in brand gestoken. De imam overleefde de brand niet. Ik lees verderop in het artikel dat de dader een Maghrebijnse jongeman is. De materie is me ongetwijfeld te complex om te begrijpen waarom een jonge moslim zijn eigen gebedshuis binnenstapt om een politiek statement te maken. 
Maar ik maak me zorgen om iets anders: de reactie van de modale VTM-kijkende Vlaming. Bijna wenste ik dat de dader een Vlaamse rechts-nationalist was en dat Anderlecht dagenlang zou worden ondergedompeld in hevige protesten van verontwaardigde allochtone jongeren. Want dit zullen ze niet begrijpen, onze trouwe Familie-kijkers. Dit is voor hen voldoende voedsel om hun bekrompen 'zie je wel dat ze allemaal hetzelfde zijn'-mentaliteit weer voor maanden te voeden. 

En dat brengt me naadloos bij het tweede artikel, dat me zo mogelijk nog meer vrees voor de toekomst inboezemt. Volgens een opiniepeiling zal de NVA bij de volgende regionale verkiezingen op 38% van de Vlaamse stemmen kunnen rekenen. Evenveel als de drie traditionele partijen samen. Dat begrijp ik nog veel minder dan wat die jongeman deed. 
Waarvan is iedereen zo bang? Waarom kiezen we om geleid te worden door mensen die als ze vooruitkijken enkel slechte dingen zien? Ik begrijp niet hoe we als mensen moeten groeien door een groot hek te plaatsen rond alles wat van ONS is en op dat kleine lapje grond luidkeels Vlaamsche liederen brullen uit voorbije eeuwen omdat we daarin onze identiteit menen te moeten vinden. Ik snap niet goed hoe territoriale politiek werkt. Moet ik dan gaan wonen in de gemeente waar ik werd geboren? Tot welk VOLK behoor ik dan eigenlijk? Want met hoe minder we zijn, hoe makkelijker we onszelf kunnen stereotyperen. Zodat iedereen die een andere taal spreekt, een andere afkomst heeft, een andere spirituele waarheid verkondigt, een andere genetische code heeft, een culturele abnormaliteit vertoont, kortom iedereen die ANDERS is, als een bedreiging wordt gezien. 
Ik hoor niet bij het volk van trekkersliederen en vendelzwaaiers. Ik hoor niet bij het volk dat geschiedenis verloochent. Ik hoor niet bij het volk dat haar leiders leuk moet vinden in spelletjesprogramma's. Ik hoor niet bij het volk dat denkt dat vooruitgang kan worden bereikt met het 'neen-compromis' en de 'nultolerantie'. Wie zijn die mensen? Hoe gesloten is de geest van iemand als die voor zichzelf heeft uitgemaakt dat zijn door zuiver toeval gecreëerde genencombinatie hem recht geeft op een stuk oppervlak van de planeet. En daarenboven meent dat andere mensen niet over datzelfde recht mogen beschikken als ze niet identiek aan hem zijn. En of ze nu Syrische dictators zijn of Antwerpse weight-watchers, iemand zal hen moeten uitleggen, dat ze geen van beiden de voetnoten zullen halen van de annalen van de mensheid. En als ze dat wel doen, dan zal het zijn op de historische dag dat de mensen hen hebben getoond hoe verkeerd ze wel waren.

Het zijn trieste tijden. Leg dat alvast aan je kinderen uit.

donderdag 8 maart 2012

Een bordeaux en een trampoline

"Ik moet me dringend aan iets ergeren. Anders kan ik mijn blog evengoed nu al opdoeken." Met die ingesteldheid vertrek ik op weg naar huis. Maar ik voel dat het moeilijk gaat worden. De zon schijnt en Florence and the Machine klinkt door de luidsprekertjes van mijn muziekspeler. Op de weg naar het station lopen er vandaag bovendien opvallend veel mooie mensen rond. Ik betrap me er op dat ik glimlach naar iedereen met wie ik oogcontact maak. Wat vreemd... 
De trein die ik normaal gezien neem, is afgeschaft. Daar gaan we, ik kan me beginnen opjagen, maar dat duurt niet lang want ik merk dat er al een volgende is die over twee minuten al aankomt. Dat valt mee, of net niet.... Op het perron is het een drukte vanjewelste, niet mijn favoriete biotoop. En als de trein het station binnenrolt, blijkt die maar drie coupés te tellen. Ik bereid me voor op een stormloop aan de openschuivende deuren, terwijl ik op het perron doorwandel naar de laatste coupé die aan me was voorbij gerold. Vreemd genoeg lijkt het of iedereen plaats voor me laat, want ik kan doorwandelen tot vlak bij de deur. Ik ben zo verrast dat ik de jongeman die naast me staat eerst laat instappen. De coupé is leeg en ik kan makkelijk plaats nemen aan een tafeltje. De massa van het perron begint nu de trein te vullen. Er blijft geen enkele plaats vrij. Aan de overzijde van de gang zit een klein meisje me aan te staren. Ze is amper een jaar of zeven oud en lijkt zo weggelopen uit een Oilily-reclame. Met een ernstig gezicht schikt ze haar lange blonde haren rond alle accessoires die in de war raakten bij het uitdoen van haar jas. Ondertussen zijn rondom mij, drie andere reizigers komen zitten. Tussen de stoelen door zie ik een meisje zitten die zulke grote ogen en hoge wenkbrauwen heeft, dat ze er de hele rit uitziet alsof ze stomverbaasd is. 
Om de tijd te doden stuur ik een berichtje naar een zieke collega om te horen of het al beter gaat en als een volleerd altruïst maan ik Florence aan om wat zachter te zingen, voor mijn medereizigers. Vreemd....

Als ik het station uitwandel begint Florence weer luider te zingen. Een vlucht duiven danst hoog in de blauwe lucht  met me mee. Opnieuw lijken er vooral mooie mensen op straat te zijn. Iets wat ik niet gewend ben in mijn thuisstad. Op het einde van de straat staat een oude schooier achter de bushalte te urineren. Zomaar, op het voetpad. Genoeg om in elke cynische misantroop een tirade over de teloorgang van de genormeerde civilisatie te katalyseren. Maar niet vandaag,...ik grijns enkel bij de aanblik van de mensen in de bushalte. Wat een dag! Een labrador met overgewicht volgt me aandachtig terwijl ik de straat over steek. 

Wanneer ik de parking van het ziekenhuis over moet, bereid ik me voor op wat ellende. Gedaan met glimlachen voor vandaag. Maar halverwege kruis ik een vrouw en haar zoontje die een bejaarde dame in haar kamerjas over de parking wandelen. Even oma van de kamer gehaald, want de zon schijnt. Dat zal ze leuk vinden. Oma slentert aan de arm van haar dochter. Haar pantoffels zijn helemaal versleten, maar ze glimlacht vriendelijk terug als ik even met mijn hoofd knik. Weer op het voetpad, maak ik plaats voor een hoogzwangere vrouw die met een ernstige blik komt afgewaggeld. Haar echtgenoot loopt achter haar met een kinderwagen die hij met één hand probeert te besturen. In zijn andere hand houdt hij zijn gsm waarin hij een druk gesprek voert. De kleine peuter in de kinderwagen zit pal rechtop en kijkt me met grote blauwe ogen aan terwijl ik plaats ruim. Ik kan niet anders dan breed glimlachen. De kleine lijkt me te begrijpen. 

Een paar meter voor de voordeur zie ik de achterbuurman komen aanwandelen. We begroeten elkaar hartelijk. Allebei duidelijk in een goede bui. Ik vertel hem, uiteraard, over de urinerende schooier en hoe de zon en Florence me al de hele weg begeleiden. We maken een afspraak om snel eens samen een flesje wijn te kraken op hun terras. Hij zorgt zelfs voor een warmtestraler. Ik beloof om voor een trampoline te zorgen. Vreemd...