maandag 6 oktober 2025

Drasland 25

Ik maak er liever geen woorden meer aan vuil,
daarom leg ik mijn oude handen op de straat,
op zoek naar haar verhalen.
Mijn geboortegrond spreekt nieuwe talen.
Er lopen sporen uit mijn verleden omhoog, om hier alsnog
hun trein te halen bij de lijnen van mijn palmen.
Onder mijn nagelranden vergaren resten van oorlogsverfpigmenten
van oorlogsmoeë mensen die niemand meer herkent. 

Wie zei ons dat we zinken zouden?
We hadden meer van Prometheus moeten houden.
Vuurvlucht nemen.
De adelaar die zijn vleugels voedt, vergeet zijn uitgestrekte klauwen.
Het is verdorie snel gegaan.
Mijn stad verzonk en ik bleef staan,
door draslandgrond gelooid tegen de levens die ik voor dit leven had.
Ommuurd, als een stad in een stad in een stad.

Maar samen met mijn handen verlaten mijn voeten nu de grond.
Pennen gelijmd, gezicht naar de zon. Wij zullen
zeldzaam zijn als een huis dat rijmt, waar wij onze dromen delen,
toekomst op nieuw weefsel borduren, als hierogliefen
op daarvoor herbestemde muren.
Stop gerust met zoeken wanneer het er niet meer toe doet.
Niet omdat je alles al hebt gevonden,
maar omdat je niets nog vinden moet.